Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/11.3.0:Introductie
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/11.3.0
Introductie
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS412013:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de praktijk zal de foutenleer waarschijnlijk eerder als herstelmethode worden ervaren dan als oplossing voor het conflict tussen het beginsel der balanscontinuïteit en het jaarwinstbeginsel. Zoals uiteengezet in hoofdstuk 10, komt de toepassing van de foutenleer pas aan de orde indien het foutenherstel op andere wijze – door navordering, de betaling van gewetensgeld of door ambtshalve vermindering – niet mogelijk is.
In hoofdstuk 5 is geconstateerd dat de foutenleer niet op alle fouten in de winstsfeer van toepassing is. Langereis (blz. 278) meent dat de foutenleer willekeurig is, omdat zij uitsluitend toepassing vindt bij het doorwerken van een fout in de balans. Mijns inziens verliest Langereis op dit punt de oorsprong van de foutenleer uit het oog. Primair is de foutenleer de door de Hoge Raad gegeven oplossing voor het conflict dat zich voordoet tussen het beginsel der balanscontinuïteit en het jaarwinstbeginsel indien in het eindvermogen van het laatstvastgestelde jaar een fout wordt ontdekt. Deze oplossing vindt geen toepassing indien dit conflict zich niet voordoet, bijvoorbeeld omdat een in het verleden gemaakte fout in de winstberekening niet doorwerkt in het eindvermogen van het laatstvastgestelde jaar. De kritiek van Langereis op dit punt acht ik mitsdien niet gegrond.
Nadat is geconstateerd dat sprake is van een fout in de zin van de foutenleer die niet kan worden hersteld door navordering, de betaling van gewetensgeld of door ambtshalve vermindering, kan de foutenleer worden toegepast. In dat geval dient allereerst de eindbalans van het oudste nog openstaande jaar te worden opgesteld. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat in die balans in beginsel geen fouten mogen doorwerken. Vervolgens dient de beginbalans van het oudste nog openstaande jaar te worden opgesteld. Gekozen zal moeten worden tussen het overnemen van de onjuiste eindbalans van het laatstvastgestelde jaar en het opstellen van een gecorrigeerde balans, waarin de fout niet voorkomt. Deze keuze wordt gemaakt aan de hand van de (in hoofdstuk 4, paragraaf 4.3, beschreven en) uit HR 22 oktober 1952, B. 9293 afgeleide foutenleerregels. Afhankelijk van de aard van de fout, zal in sommige gevallen kunnen worden volstaan met de toepassing van de correctieregel. In andere gevallen moet de terugkeerregel worden toegepast om te voorkomen dat er winst tussen wal en schip valt of dubbel wordt belast. Het herstel van een fout in het oudste nog openstaande jaar kan – hoewel sprake is van een fout in de zin van de foutenleer – onder omstandigheden echter worden tegengehouden. De drie factoren die daartoe aanleiding kunnen geven zijn:
de redelijkheid;
het gewekte vertrouwen;
het inhaalverbod.
In de volgende paragrafen wordt aan deze factoren aandacht besteed.