Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.3.2:19.3.2 Recente discussie over positie EHRM
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.3.2
19.3.2 Recente discussie over positie EHRM
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495902:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gerards/Fleuren 2013, p. 20.
Zie de vorige noot.
Zie Gerards/Terlouw 2012, als vermeld in NJB 2012/927(rubriek boeken).
Ölcer 2012, p. 34.
Zie § 2.3.2 hiervoor.
Zie daarover § 3.5.3.3.2 hiervoor.
Zie pt. 30 e.v. van de Brighton-verklaring inzake de toekomst van het EHRM. De verklaring is te raadplegen via www.echr.coe.int.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het EHRM heeft een voortrekkersrol in de ontwikkeling en realisatie van fundamentele (verdrags)rechten in Europa. De invloed van het Hof op de Nederlandse wetgeving en rechtspraak is groot. Over de mate van beïnvloeding van het nationale recht door het EVRM is geruime tijd nauwelijks serieuze discussie geweest. Meer recent is die onderwerp van debat geworden tussen wetenschappers en in de politiek, mede naar aanleiding van de intergouvernementele conferentie in Brighton in 2012 over de toekomst van het EVRM.1 Naast de positie en legitimiteit van het Hof zelf, richt het debat zich op de betekenis van de EHRM-rechtspraak voor het Nederlandse recht; in het bijzonder de rechtspraak.2
Het debat over de legitimiteit van het Hof wordt gevoed door onder meer de zakenlast die een negatieve impact heeft op de effectiviteit van het EVRM-systeem en de toetreding van verdragsstaten die het minder nauw nemen met fundamentele rechten van burgers. Debatten over de rol van het Hof en voorstellen om die rol te beperken, vloeien bovendien voort uit negatieve sentimenten over specifieke uitspraken of over het bestaan van rechterlijke controle als zodanig.3 Meer precies gaat het dan om de vraag of het Hof tegenwoordig (soms) te ver gaat in zijn bemoeienis met nationale aangelegenheden, te veel in details treedt (in plaats van zich te oriënteren op het bewaken van de harde minimumgrenzen van mensenrechtelijke bescherming) en te weinig oog heeft voor (verschillen in) lokale situaties, ten aanzien van het recht, de praktijk en de niet-procedurele (feitelijke) werkelijkheid.4
Brighton-verklaring
De conferentie in Brighton heeft geleid tot enkele concrete voorstellen tot verandering, die onder meer zijn uitgewerkt in twee nieuwe protocollen bij het EVRM.5 In Protocol nr. 15 zijn onder meer de ‘margin of appreciation’-doctrine en het subsidiariteitsbeginsel vastgelegd.6 In Protocol nr. 16 is voorzien in de mogelijkheid van de hoogste nationale rechters van de verdragsstaten om het Hof vragen over de uitleg van het EVRM te stellen. Zie daarover § 19.3.3 hierna.
De verklaring adresseert niet alleen de urgente kwesties waarmee het Hof wordt geconfronteerd, waaronder genoemde zakenlast, maar is ook van vitaal belang voor de toekomstige effectiviteit van het verdragssysteem.7 Voorlopig lijkt hiermee de storm geluwd.