De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.6.2:17.8.6.2 Complicaties bij het formuleren van het splitsingsvoorstel
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.6.2
17.8.6.2 Complicaties bij het formuleren van het splitsingsvoorstel
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368581:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Leijten, Van Solinge en Veenstra besteden in hun voorstellen voor de ruziesplitsing als eindvoorziening geen aandacht aan de inhoud van het splitsingsvoorstel, dus hoe de vennootschap zou moeten worden gesplitst. Verondersteld wordt dat partijen daartoe voorstellen doen en dat de ondernemingskamer zo nodig de knoop doorhakt. In zijn wetsvoorstel legt Veenstra1 veel nadruk op zittingen bij de ondernemingskamer waarin zij partijen tot een schikking probeert te bewegen. Er is dus sprake van een mengeling van mediation door ondernemingskamer en rechtspraak.
Zoals ik het voor me zie, wordt die rol van de ondernemingskamer overgenomen door de tijdelijke bestuurder en beheerder(s). Zij bepalen uiteindelijk de inhoud van het splitsingsvoorstel. Inspraak van oorspronkelijke aandeel-houders is echter noodzakelijk, omdat zij uiteindelijk ná de splitsing met de toebedeelde activa en passiva aan het ondernemen moeten slaan en zij dus wel uit de voeten moeten kunnen met de toebedeelde activa en passiva. Als de oorspronkelijke aandeelhouders er onderling niet uitkomen, dienen de tijdelijke bestuurder en beheerder zich af te vragen of het wel opportuun is om een splitsing erdoorheen te duwen. Niemand is erbij gebaat dat een lopende onderneming wordt gesplitst in twee brokstukken die ten dode zijn opgeschreven omdat de beoogde ondernemers er geen been in zien.
In de praktijk zal het opstellen van het splitsingsvoorstel niet altijd gemakkelijk zijn. Sommige vennootschappen, of meer specifiek de daaraan verbonden ondernemingen, lenen zich gemakkelijk voor splitsingen, bijvoorbeeld een eenvoudig opgezette vastgoed beleggingsonderneming. Het splitsingsvoorstel, al dan niet voorafgegaan door het verkopen van een of meer panden, komt dan neer op een verdeling van de panden en bijbehorende financieringen.2 Soms is de onderneming echter niet gemakkelijk te splitsen, zoals een kleine fabriek of een ander bedrijf waarvan de activa en passiva nauw verbonden zijn. Het splitsen van dergelijke ondernemingen zal soms enkel mogelijk zijn door aan de ene vennootschap louter liquide middelen toe te bedelen en alle (overige) activa en passiva aan de andere vennootschap. Zo nodig kunnen door middel van een agiostorting vóór de splitsing de benodigde liquiditeiten in de vennootschap worden gebracht.