Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.4
1.4 Methode en verantwoording
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS198045:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor alle aangehaalde jurisprudentie geldt, dat in de voetnoten naast de instantie en de datum zo mogelijk een ECLI en een ARO-publicatienummer worden vermeld. Uitvoeriger (publicatie-)informatie is te vinden in de bijlage Rechtspraakregister.
Waaronder: OK 20 juli 2007, ARO 2007/124; OK 10 januari 2008, ARO 2008/20; OK 20 mei 2008, ARO 2008/106; OK 5 augustus 2008, ARO 2008/133; OK 26 januari 2009, ARO 2009/19; OK 30 oktober 2009, ARO 2009/161; OK 30 november 2009, ARO 2009/182; OK 3 december 2009, ARO 2009/183; OK 31 december 2009, ARO 2010/6; OK 29 januari 2010, ARO 2010/32; OK 14 april 2010, ARO 2010/63; OK 29 april 2010, ARO 2010/73; OK 20 mei 2010, ARO 2010/88; OK 20 mei 2010, ARO 2010/90; OK 5 juli 2010, ARO 2010/109; OK 16 november 2010, ARO 2010/170; OK 7 december 2010, ARO 2011/1; OK 16 december 2010, ARO 2011/4, ARO 2011/5; OK 14 april 2011, ARO 2011/71; OK 15 juni 2011, ARO 2011/97; OK 13 december 2011, ARO 2012/4; OK 18 oktober 2012, ARO 2012/151; OK 16 november 2012, ARO 2012/162; OK 3 juni 2013, ARO 2013/99; OK 21 augustus 2014, ARO 2014/175; OK 22 augustus 2014, ARO 2014/177; OK 1 oktober 2014, ARO 2015/1; OK 28 oktober 2014, ARO 2014/147; OK 19 januari 2015, ARO 2015/66; OK 3 augustus 2015, ARO 2015/189; OK 5 januari 2016, ARO 2016/36; OK 5 februari 2016, ARO 2016/58; OK 11 november 2016, ARO 2017/29; OK 23 januari 2017, ARO 2017/34.
[14] Het onderzoek is gericht op beschrijving en analyse van elementen van het enquêterecht, van het overeenkomstenrecht, van het arbeidsrecht, van het koopovereenkomstenrecht, en van het burgerlijk procesrecht die licht kunnen werpen op de geformuleerde onderzoeksvragen. Voor literatuur op het gebied van het enquêterecht is onder meer gebruik gemaakt van de Serie vanwege het Van der Heijden Instituut. Daarin worden ook de jaarlijkse Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation uitgegeven. Voor de goede orde zij opgemerkt, dat ik sinds 2 oktober 2014 bestuurder van die vereniging ben. Van de redactie van de jaarlijkse uitgave heb ik geen deel uitgemaakt. Bij de selectie van rechterlijke beslissingen is geen volledigheid nagestreefd. In de hoofdstukken 2 en 3 worden een paar beschikkingen van de Hoge Raad besproken, die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van het enquêterecht. Daarnaast worden ter toelichting van eigenschappen en eigenaardigheden van de enquêteprocedure veel uitspraken van de Ondernemingskamer opgevoerd.1 Het onderzoek van literatuur en jurisprudentie is afgesloten omstreeks het najaar van 2019.
[15] In de periode van 1 maart 2007 tot 1 april 2017 ben ik raadsheer in de Ondernemingskamer geweest. Nadien heb ik incidenteel deelgenomen aan haar rechtspraak. Ik heb een aantal van de in dit boek vermelde beschikkingen mee gewezen.2 Van informatie uit procesdossiers heb ik voor dit onderzoek geen gebruik gemaakt; weergaven van procedures zijn gebaseerd op beschikkingen, conclusies van de Advocaat-Generaal, en annotaties.
Juristen die professioneel betrokken zijn bij civiele rechtspraak, zijn doordrongen van de invloed van de omstandigheden van het concrete geval op de rechterlijke beslissing. Die omstandigheden zijn vaak van doorslaggevend belang. Dit onderzoek is gericht op rechtspraak, zodat er veel belangstelling is voor omstandigheden van mogelijke concrete gevallen. Voor zover bepaalde omstandigheden en gevallen niet zijn geschetst in de literatuur en de jurisprudentie, is het aangekomen op beschrijvingen van imaginaire gevallen, ontsproten aan de eigen fantasie. Die gevallen zijn bedacht en geselecteerd tegen de achtergrond van de eigen ervaringen als raadsheer. Kennis van opvattingen en inzichten van leden en medewerkers van de Ondernemingskamer, van usances binnen haar organisatie en van werkwijzen van door haar benoemde functionarissen, hebben daarbij een rol kunnen spelen.
In hoofdstuk 9 komen onmiddellijke voorzieningen aan de orde waarbij bestuurders van rechtspersonen door de Ondernemingskamer zijn geschorst. Ook worden maatregelen beschreven die ingrijpen in de bezoldiging van geschorste bestuurders. Die beschrijvingen zijn niet steeds instemmend. Sommige voorbeelden zijn beschikkingen uit de voormelde periode van 1 maart 2007 tot 1 april 2017. De bevindingen in hoofdstuk 9 zijn de vrucht van dit onderzoek.
[16] Hoe de Ondernemingskamer de onverenigbaarheid van een onmiddellijke voorziening met een contractuele verplichting van de rechtspersoon in haar beslissing moet betrekken, is grotendeels een open vraag, zoals in nr. 5-7 is aangeduid. Aanvankelijk ging mijn interesse vooral uit de rol van een mogelijke vordering tot schadevergoeding van de wederpartij van de rechtspersoon, in de belangenafweging door de Ondernemingskamer bij de beslissing over dit soort conflicterende onmiddellijke voorzieningen. De slagingskans van een beroep op overmacht door de rechtspersoon leek mij van gewicht. In het onderzoek naar aanknopingspunten voor de Ondernemingskamer als zij over dit soort conflicterende onmiddellijke voorzieningen beslist, bleek van belang hoe de wederpartij reageert op de onmiddellijke voorziening. Daarom ben ik me gaandeweg meer gaan bezig houden met de positie van die wederpartij. De bevindingen kunnen de Ondernemingskamer behulpzaam zijn. Daarnaast kunnen de bevindingen nuttig zijn voor procespartijen bij het bepalen van de proceshouding. Voor de contractuele wederpartij van de rechtspersoon kunnen de gevolgtrekkingen bruikbaar zijn bij de keuze om al of niet als belanghebbende in de enquêteprocedure op te komen en het eigen belang onder de aandacht van de rechter te brengen. Er zijn opmerkingen gemaakt over het voorkomen van en het anticiperen op gevolgen van onmiddellijke voorzieningen voor de wederpartij van de rechtspersoon. Die opmerkingen zouden rechtspersonen en hun contractspartners kunnen aanspreken. De gewone burgerlijke rechter oordeelt over de contractuele rechten van de wederpartij. De observaties kunnen ook hem ten dienste staan.