Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.6.1.3
2.6.1.3 Onvolkomenheden als gevolg van nadruk op hoofdlijnen
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661467:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Arnhem 12 juni 2008, nr. AWB 07/3312, NTFR 2008/1807, r.o. 4 (onvolledigheid in de toelichting bij het aangiftebiljet en de rekenhulp daarbij, omdat ‘(…) deze rekenhulp niet voorziet in een berekening van het AOW-deel naar tijdsgelang voor het geval een belastingplichtige in het belastingjaar 65 jaar is geworden); Rechtbank Arnhem 22 november 2006, nr. 06/2881, V-N 2007/20.3.4, r.o. 4.
Zie ook Hof ’s-Hertogenbosch 24 oktober 2019, nrs. 18/00691 en 18/00692, V-N 2020/9.1.2, r.o. 4.16; Hof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2021, nr. 19/00763, V-N 2021/17.24.18, r.o. 4.23; Hof Arnhem Leeuwarden 13 mei 2014, nr. 13/00965, V-N 2014/40.26.13, r.o. 4.7 (in de toelichting ontbrak het woordje ‘voorbeeld’, waardoor het geval van belastingplichtige ten onrechte buiten de regel leek te vallen); BNB 2010/314, r.o. 3.3.3, 3.5.3; BNB 2010/215, r.o. 3.3.3, 3.5.1.
Hof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, nr. 15/00067, V-N 2015/64.15.10, r.o.4.2 (ter zake van de ouderschapsverlofkorting was in de toelichting bij het aangiftebiljet de leeftijdsgrens niet vermeld); Hof Den Haag 24 mei 2017, nr. BK-16/00303, V-N 2017/39.20 (kalenderjaareis is niet vermeld in toelichting op de website en het rekenhulpprogramma van de Belastingdienst, zie r.o. 13 rechtbankuitspraak); Rechtbank Den Haag 8 april 2016, nr. 15_7509 SCHENK, V-N 2016/32.19, r.o. 13.
Nationale ombudsman van 10 november 2003 in V-N 2003/61.27; Renkema 2004, par. 14.3 (voorbeeld op p. 262).
In de tweede plaats is kenmerkend voor voorlichting dat deze – let wel: bezien vanuit het oogpunt van de wet – steeds in zekere mate onvolledig is (paragraaf 2.5.2.2). Omwille van de toegankelijkheid, begrijpelijkheid en leesbaarheid zal voorlichting veelal minder uitputtend zijn dan de wet is (hoeveelheid en omvang).
Een nadruk op hoofdlijnen kan ertoe leiden dat bijzondere gevallen en uitzonderingen niet aan bod komen (paragraaf 2.5.2.5). De rechtspraak laat daarvan diverse voorbeelden zien.1 Het kan ook gaan om gevallen waarin, met name bij gedetailleerde of bijzondere regelingen, in de voorlichting niet alle facetten of details van die regeling aan de orde komen.2 Bovendien kan een en ander ertoe leiden dat voorlichting onvolledig wordt doordat een wettelijke voorwaarde bij een bepaalde regeling niet is vermeld.3 Daarnaast schiet voorlichting tekort indien niet is vermeld dat sprake is van cumulatieve – en niet alternerende – voorwaarden.4