Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.4.2.2
III.4.2.2 Onderscheid overtreder in abstracto/concreto
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460368:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
De versie van het Algemene deel van Mark Hornman en mij die op de website van de VAR staat heeft het onderscheid wel, maar in de gedrukte versie hebben we om de hier genoemde redenen dit onderscheid losgelaten.
Kort door de bocht, want de objectieve zijde van het delict kan ook bestaan uit iets anders dan een delictsgedraging, bijvoorbeeld het intreden van een bepaald verboden gevolg.
De tweedeling kan ten onrechte de indruk wekken dat het gaat om cumulatieve of om alternatieve criteria. Het zijn echter geen cumulatieve vereisten, want een betrokkene kan ook overtreder zijn zonder geadresseerd te worden door de norm (bijvoorbeeld bij medeplegen), en het zijn ook geen alternatieve vereisten, want enkel overtrederschap in abstracto of in concreto is onvoldoende voor overtrederschap (anders zou er respectievelijk sprake zijn van risicoaansprakelijkheid of zou het kwaliteitsbestanddeel worden gepasseerd). Ook de vertaling van overtrederschap in abstracto naar de vraag ‘wie kán de norm overtreden?’ is bij nader inzien ongelukkig gekozen. ‘Een verplichting die niet op je rust kan je ook niet schenden’; zo was mijn gedachte bij deze zinsnede. Maar verwarring ligt dan op de loer, want de vraag ‘wie kán de norm overtreden?’ zou kunnen worden geïnterpreteerd als ‘wie kan de delictsgedraging verrichten?’, in plaats van ‘op wie rust de verplichting om zich te onthouden van de delictsgedraging?’. Bij de eerste interpretatie wordt het kwalitatieve bestanddeel uitgelegd in de sleutel van de objectieve zijde van het delict. Tegen deze opvatting verzet ik me juist. Zie par. II.2.3 en par. II.2.6.2 onder het kopje ‘verhouding tot andere bestanddelen’.
Het subjectieve bestanddeel – dat in het bestuursrecht weliswaar zelden voorkomt – dreigt met dit onderscheid buiten beeld te raken. Ook laten de bestuursrechtelijke deelnemingsvormen zich lastig inpassen in deze redeneerstappen.
Eerder heb ik de suggestie gedaan om voor het vaststellen van overtrederschap onderscheid te maken tussen overtrederschap in abstracto en overtrederschap in concreto.1 In mijn preadvies gebruikte ik ‘overtrederschap in abstracto’ voor het normadressaatschap; het draait om de vraag ‘wie kan de norm overtreden?’. ‘Overtrederschap in concreto’ gebruikte ik als aanduiding voor de betrokkenheid van de aangesprokene bij de overtreding; het gaat over de vraag ‘wie heeft de norm overtreden?’ (of kort door de bocht: wie heeft de delictsgedraging verricht?).2 Hoewel dit onderscheid meestal goed aansluit bij de redeneerstappen die in het bestuursrecht moeten worden gezet voor het vaststellen van overtrederschap, heb ik er toch voor gekozen om dit onderscheid los te laten. Het is naar mijn idee namelijk duidelijker3 en dogmatisch zuiverder4 om – net als in het strafrechtelijke hoofdstuk – aan de hand van de bestanddelen van het wettelijke voorschrift te beoordelen of iemand kan worden aangemerkt als overtreder.