Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.3.5.1:4.3.5.1 Schenkingsrecht
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.3.5.1
4.3.5.1 Schenkingsrecht
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS492809:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd in paragraaf 3.6.2 hiervóór, heeft de omzetting van een rechtspersoon op de voet van art. 2:18 BW geen consequenties voor de heffing van schenkingsrecht. Dat geldt derhalve ook voor de omzetting van een BV in een stichting; vanwege het behoud van rechtspersoonlijkheid ex art. 2:18 lid 8 BW is niet voldaan aan een wezenskenmerk van elke schenking, te weten een vermogensverschuiving.
Twijfel zou nog kunnen ontstaan over de vraag of het vervallen van de aandelen in de in een BV om te zetten stichting een schenking in de zin van art.1 lid 1 onderdeel 3 SW 1956 impliceert van de (voormalige) aandeelhouder aan de omzettende rechtspersoon. De omzettende rechtspersoon wordt immers verlost van het aandelenkapitaal als ‘onlosbare schuld.’ Toch lijkt het moeilijk om hierin een rechtstreekse vermogenverschuiving te onderkennen: het eigen vermogen van de omzettende BV is immers na de omzetting in een stichting nog steeds eigen vermogen, met dien verstande dat van uiteindelijk gerechtigden tot dat vermogen niet langer sprake is. De aandelen vervallen van rechtswege.