De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.1:5.4.1 Inleiding
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.1
5.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS377639:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CBb 23 januari 2012, LJN:BV8376, AWB 12/5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inzageverplichting is een aanvulling op de verplichting gegevens en inlichtingen aan de inspecteur te verstrekken (art. 47 lid 1 letter b AWR).1 De reikwijdte van de inzageverplichting wordt bepaald door de woorden ‘boeken, bescheiden of andere gegevensdragers of de inhoud daarvan’ en het mogelijke belang van raadpleging ‘voor de vaststelling van de feiten die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing te zijnen aanzien.’ Het gaat om de verplichting om gegevensdragers of de inhoud daarvan, naar de keuze van de inspecteur, beschikbaar te stellen. Toegelaten moet worden, dat ‘kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gegevensdragers of de inhoud daarvan’ (art. 49 AWR).
Voor de Awb wordt de reikwijdte bepaald door het vorderen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden (art. 5:17 lid 1 Awb). De zogeheten ‘boeken’ worden niet genoemd. De vordering geldt voorzover dat redelijkerwijs nodig is voor de taakvervulling waarbij een ieder verplicht is mee te werken. De toezichthouder is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken en kan de originali daarvoor zelfs – voor een korte tijd – meenemen. De medewerkingsverplichting bestaat voor een ieder waarvan de toezichthouder de inzage, al dan niet voor het maken van kopieën, vordert (art. 5:20 Awb).
De wettelijke bepalingen voor het verkrijgen van inzage kennen verschillende uitgangspunten. Daarnaast zijn er ook inhoudelijk verschillen.
In par. 5.4.2. analyseer ik de verschillen vanuit conceptueel perspectief. In par. 5.4.3 analyseer ik deze bevoegdheden – op hoofdlijnen – in hun onderlinge verhouding op functionaliteit in relatie tot de wettelijke taak. In par. 5.4.4 formuleer ik mijn conclusies.