Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.10.3
3.10.3 Inzet van deskundigheid
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS299339:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van den Berg (2012), p. 40.
Van den Berg (2012), p. 94 en 97.
Van den Berg (2012), p. 39.
Kamerstukken 1947/48, 892, nr. 3, p. 7. Zie ook: Van den Berg (2012).
Van den Berg (2012), p. 26.
Van den Berg (2012), p. 94/95.
Wet positie en toezicht advocatuur. De wet is op 1 januari 2015 in werking getreden.
Van den Berg (2012), p. 24.
Van den Berg (2012), p. 107.
Van den Berg (2012), p. 24.
Van den Berg (2012), p. 24 met verwijzing naar Kamerstukken II 2009/10, 32 382, nr. 3, p. 9-10.
Van den Berg (2012), p. 25.
Zie voor een bespreking van wet- en regelgeving onder andere: Lekkerkerker/Breedveld/Kolkman/ Meijers (2010), Bannier & Fanoy (2011), Bierman & Van der Eerden (2013), Grundmann (2012), Van den Berg (2012) en Leerboek Wft, Maklu.
Zie onder andere: Lekkerkerker/Breedveld/Kolkman/Meijers (2010), Bannier & Fanoy (2011), Bierman & Van der Eerden (2013), Grundmann (2012) en Leerboek Wft, Maklu.
De in deze paragraaf besproken gereglementeerde beroepsbeoefenaren zetten de volgende deskundigheid exclusief in:
Notaris
Het ambt van notaris houdt de bevoegdheid in om authentieke akten te verlijden in de gevallen waarin de wet dit aan hem opdraagt of een partij zulks van hem verlangt alsmede het verrichten van andere in de wet aan hem opgedragen werkzaamheden (artikel 2 lid 1 Wet op het notarisambt). De notaris is op grond van de wet op het notarisambt exclusief bevoegd om authentieke akten te verlijden, oftewel: hij heeft een domeinmonopolie.1
De algemene zorgplicht voor notarissen tot inzet van zijn deskundigheid is neergelegd in de Wet op het notarisambt, de verordening beroeps- en gedragsregels alsmede jurisprudentie en wordt tuchtrechtelijk gehandhaafd. Notarissen dienen zich in de uitoefening van hun beroep en daarbuiten zodanig te gedragen dat de eer en het aanzien van het notariaat niet worden of kunnen worden geschaad (artikel 1 Verordening beroep- en gedragsregels).2 De bijzondere zorgplicht van de notaris wordt deels ingevuld in de Wet op het Notarisambt. Zo dient de notaris het ambt in onafhankelijkheid uit te oefenen en de belangen van alle partijen die bij de rechtshandeling betrokken zijn op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen (artikel 17 lid 1 Wet op het Notarisambt). De eis van onpartijdigheid geldt alleen voor de ambtelijke werkzaamheden van een notaris en niet als hij als adviseur optreedt.3
Advocaat
‘De taak van en de roeping van de advocaat [is], op te treden ter verdediging van personen en belangen, die worden bedreigd’.4
Iedere Nederlander is wettelijk verplicht een advocaat in te schakelen voor bepaalde civiele en strafrechtelijke procedures en familierechtzaken (bijvoorbeeld echtscheidingen) bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad. Een advocaat heeft op grond van de Advocatenwet de exclusieve bevoegdheid om als procesvertegenwoordiger op te treden. Hij beschikt dus over een procesmonopolie.
Zoals Van den Berg terecht opmerkt in haar proefschrift verschaft het procesmonopolie de advocaat een voorsprong in de concurrentie met andere commerciële dienstverleners. De keuze om deze monopoliepositie aan advocaten toe te bedelen is gebaseerd op de gedachte dat rechtzoekenden voor meer complexe zaken juridische bijstand behoeven. Hierbij zijn niet alleen de partijen gebaat (equality of arms) maar ook de goede rechtspleging als zodanig.5
De algemene zorgplicht voor advocaten is neergelegd in de Advocatenwet, gedragsregels en jurisprudentie en wordt tuchtrechtelijk gehandhaafd (artikel 46 Advocatenwet).6 Een advocaat dient zich zodanig te gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur of in zijn eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad (Gedragsregels 2018, regel 1 beroepsplichten). Ook niet-beroepsmatige gedragingen kunnen zijn functioneren raken. Met ingang van 1 januari 2015 is artikel 10 a toegevoegd aan de Advocatenwet.7 Dit artikel vult de bijzondere zorgplicht van de advocaat in met behulp van de zorgverplichtingen, onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en geheimhouding.
Ten aanzien van de onafhankelijkheid geldt dat de advocaat onafhankelijk dient te zijn ten opzichte van een ieder: opdrachtgever, de overheid, de rechter en anderen.8 Met betrekking tot de partijdigheid merk ik op dat de advocaat vooral een partijdig belangenbehartiger is/dient te zijn, maar dat dit niet zo ver mag gaan dat de advocaat zich volledig vereenzelvigt met de belangen van de opdrachtgever. Hij moet wel oog hebben voor de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij en van een goed verloop van procedures.9 Zulks vanwege de onafhankelijke positie die de advocaat in dient te nemen.10 De vereiste deskundigheid ziet niet alleen op de vakinhoud, maar ook op het soort dienstverlening waarvoor de advocaat is ingeschakeld en de wijze waarop hij dit uitoefent.11 Tot slot wordt de vertrouwelijke relatie beschermd door het wettelijke verschoningsrecht waarop advocaten zich kunnen beroepen.12
Financiële ondernemingen
Financiële ondernemingen zijn op grond van de Wet financieel toezicht bevoegd hun producten aan te bieden. Financiële ondernemingen vallen onder het gedragstoezicht van de AFM. Dit gedragstoezicht is gericht op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten. Voorts vallen financiële ondernemingen onder het prudentiële toezicht van de DNB. Dit richt zich op de financiële soliditeit van financiële ondernemingen en draagt bij aan de stabiliteit van de financiële sector.
Vanzelfsprekend dienen notarissen, advocaten en financiële ondernemingen bij het inzetten van hun deskundigheid de op de betreffende doelgroep van toepassing zijnde wet- en regelgeving na te leven. Ten aanzien van de wetgeving dient gedacht te worden aan de Wet op het notarisambt, de Advocatenwet en de Wft. Deze wetten worden uitgewerkt in een grote hoeveelheid regelgeving.13
De exclusieve wettelijke taak van voornoemde gereglementeerde beroepsbeoefenaren zal niet nader worden uitgewerkt. Er is reeds veel literatuur14 hierover voorhanden en een nadere uitwerking zal mijns inziens een herhaling van zetten zijn, die geen toegevoegde waarde zal hebben met betrekking tot mijn onderzoeksvraag.