Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/85:85 Verplichting tot onbevoegdverklaring
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/85
85 Verplichting tot onbevoegdverklaring
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS502741:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van art. 29 lid 2 EEX-Vo II dient de laatst aangezochte rechter zich onbevoegd te verklaren indien de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter vaststaat. Hierdoor worden tegenstrijdige beslissingen voorkomen. In de eerste versie van het EEX-Verdrag, in werking getreden op 1 februari 1973, was in art. 21 (art. 29 EEX-Vo II) opgenomen dat de gerechten van een verdragsluitende staat zich ambtshalve onbevoegd dienden te verklaren voor de behandeling van een geschil dat reeds aanhangig was bij het gerecht van een andere verdragsluitende staat. De rechter die tot verwijzing moest overgaan kon echter ook zijn uitspraak aanhouden, indien de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter werd betwist. De rechter was aldus verplicht tot verwijzing, met eventueel de mogelijkheid van aanhouding van de zaak.1 Deze verplichting tot ambtshalve verwijzen naar de eerst aangezochte rechter ging de onderhandelaars over het Verdrag van Lugano van 16 september 1988 (EVEX) te ver.2 Onder art. 21 EVEX (thans art. 27 EVEX II) dient de laatst aangezochte rechter zijn uitspraak ambtshalve aan te houden (ipv ambtshalve verwijzen) totdat de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter vaststaat. Staat deze bevoegdheid vast, dan dient de laatst aangezochte rechter zich onbevoegd te verklaren. Deze wijziging is bij gelegenheid van het Toetredingsverdrag van 26 mei 1989 (toetreding van Spanje en Portugal) in art. 21 EEX-Verdrag opgenomen en vervolgens weer terechtgekomen in lid 2 van art. 29 EEX-Vo II.