Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.2.4:4.2.4 De negatieve verklaring voor recht: het arrest Tatry
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.2.4
4.2.4 De negatieve verklaring voor recht: het arrest Tatry
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505240:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 6 december 1994, zaak C-406/92, Jur. 1994, p. I-5439, NJ 1995/659 m.nt. ThMdB (Tatry), r.o. 47-48.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 29 EEX-Vo II verlangt dat de rechter zelfstandig vaststelt welke oorzaak en welk onderwerp de beide vorderingen hebben. Hij moet dat doen aan de hand van de door het HvJ autonoom gegeven interpretatie van die begrippen. Dat brengt met zich dat geen acht mag worden geslagen op de bijzondere kenmerken van het nationale recht.1 In het arrest Tatry is deze vraag aan de orde gekomen in verband met het onderscheid dat in het Engelse recht gemaakt wordt tussen een actio in rem en een actio in personam.
83 Feiten84 Negatieve verklaring voor recht