Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.7.4
4.7.4 Verbintenissen uit rechtshandelingen
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648870:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gülcher 1989, p. 161-166.
HR 4 oktober 1996, NJ 1997/187. Kanttekening daarbij is dat sociale premies en bepaalde belastingen niet verschuldigd zouden zijn wanneer geen (arbeids)overeenkomst zou zijn gesloten of andere rechtshandelingen zouden zijn verricht. In zoverre kan (in het licht van het criterium ‘aangegane verbintenissen’ dat in het Europese vrijstellingsregeling wordt gebruikt) de vraag worden gesteld in hoeverre sociale premies en bepaalde belastingen voortvloeien uit rechtshandelingen.
Dit is ook de bedoeling van de wetgever geweest, Kamerstukken II 1970/71, 10689, nr. 15, p. 4-5.
Evenzo Houwen e.a. 1993, p. 847-848. Zie ook de parlementaire geschiedenis inzake de totstandkoming van artikel 2:403 BW en Kamerstukken II 1970/71, 10689, p. 14 (Memorie van Toelichting).
Zie bijvoorbeeld Rb. ’s-Gravenhage 2 maart 2005, JOR 2005/116.
Een ontbindingsvergoeding valt onder de reikwijdte van een 403-verklaring. Zie Hof Amsterdam, 26 juli 2001, NJ 2004/87. Niet geheel duidelijk is of in het geval van ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens een verandering van economische omstandigheden sprake is van een gedraging van de werkgever die als rechtshandeling kan worden aangemerkt. Vergelijk Rb. Amsterdam 20 december 2000, JOR 2001/53 en Hof Amsterdam, 26 juli 2001, JOR 2004, 94. Zie voorts Bartman 2002-I, p. 22.
Zo heeft de wetgever dit ook beoogd in het kader van de materiële reikwijdte van artikel 2:403 BW, zie Kamerstukken II 1973/74, 11005, nr. 64, p. 2. In een eerder ontwerp was in plaats van ‘de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden’ gekozen voor ‘aangegane schulden’. Met de precisering heeft de wetgever beoogd ook schadevergoedingen wegens vernietigingen en ontbindingen onder de aansprakelijkheid van de consoliderende rechtspersoon te laten vallen. Zie Parlementaire Geschiedenis van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek, Invoeringswet Boek 2, Rechtspersonen, 1977, p. 1473.
Hof ’s-Hertogenbosch 24 januari 2012, JOR 2012/165, r.o. 4.17.
Vergelijk Willems 1997, p. 17 en Bartman & Dorresteijn 2009, p. 225.
Artikel 403 lid 1 sub f BW vereist dat de consoliderende rechtspersoon zich hoofdelijk aansprakelijk verklaart voor ‘uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden’. Middels een 403-verklaring hoeft de consoliderende rechtspersoon dus geen aansprakelijkheid te aanvaarden voor alle schulden van de vrijgestelde rechtspersoon. De beperking dat slechts aansprakelijkheid behoeft te worden aanvaard voor schulden voor zover die voortvloeien uit rechtshandelingen, brengt met zich dat op basis van een 403-verklaring geen aansprakelijkheid behoeft te worden aanvaard voor schulden die voortvloeien uit de wet, onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling, zaakwaarneming, niet contractuele boetes, verschuldigde belastingen1 en sociale verzekeringspremies.2 Hieruit voortvloeiende schulden vallen niet onder de reikwijdte van een 403-verklaring,3 uiteraard ervan uitgaande dat de 403-verklaring niet dusdanig is opgesteld dat deze een dekking biedt die ruimer is dan strikt noodzakelijk.
De Europese regeling spreekt overigens van ‘aangegane verbintenissen’. Het aangaan van verbintenissen duidt op actief handelen. Wanneer verbintenissen (actief en bewust) worden aangegaan, zal daar in de regel een wil aan ten grondslag zal liggen. Dat is in de regel niet het geval bij verbintenissen die uit de wet voortvloeien. De totstandkoming en de inhoud van ‘aangegane verbintenissen’ zal afhankelijk zijn van de wil van partijen en de wil is (mogelijk) beïnvloed door de financiële gegoedheid van de wederpartij. De aanwezigheid van jaarcijfers zouden voor het aangaan van de verbintenis relevant kunnen zijn. Bij het ontbreken daarvan, zal de aanwezigheid van een aansprakelijkheidsverklaring die is afgegeven door consoliderende rechtspersoon een relevant gegeven kunnen zijn. De financiële gezondheid van de consoliderende rechtspersoon zal moeten worden afgeleid uit de zelfstandige jaarrekening van de consoliderende rechtspersoon en de geconsolideerde jaarrekening. Wanneer verbintenissen ontstaan uit hoofde van de wet, dan is er geen sprake van een afweging waarbij de afwezigheid van een volledig jaarverslag een rol speelt.4
Verbintenissen die ontstaan door vernietiging5 of ontbinding6 van rechtshandelingen zijn verbintenissen waarvan het ontstaan voortvloeit uit een rechtshandeling. Daarom vallen schulden die voortvloeien uit de vernietiging en ontbinding onder het materiële bereik van een 403-verklaring. Bij deze uitgebreide materiële reikwijdte lijkt de wetgever bewust stil te hebben gestaan,7 zodat op dat punt niet hoeft te worden getwijfeld. Deze opvatting over de materiële reikwijdte wordt bevestigd in de rechtspraak.8
Een omstreden vraag is of de benoeming van een curator in het faillissement van een vrijgestelde rechtspersoon kan worden gezien als een gevolg dat voortvloeit uit een rechtshandeling. Of de curator de consoliderende rechtspersoon kan aanspreken voor de betaling van zijn salaris, is omstreden.9