Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.3.4.4:8.3.4.4 Deelconclusie
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.3.4.4
8.3.4.4 Deelconclusie
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577583:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Tzankova 2007a, p. 157. Leijten ziet het punt van het onderhandelingsevenwicht over het hoofd bij de verdediging van zijn standpunt dat een collectieve schadevergoedingsactie gemist kan worden omdat er alternatieven bestaan. Leijten 2005, p. 499 e.v.
Vgl. Croiset van Uchelen 2007, p. 127.
Croiset van Uchelen 2007, p. 127.
Croiset van Uchelen 2007, p. 127.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De mogelijkheid om door middel van een collectieve actie (met een adequate opt-out mogelijkheid) schadevergoeding voor de gelaedeerden van een mededingingsinbreuk te vorderen, zal de effectiviteit van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht aanzienlijk versterken. Hetzelfde geldt voor het door de wetgever mogelijk maken van een algemeen belang-actie. In gevallen waarbij individuele gelaedeerden geen aanspraak maken op vergoeding, zelfs niet indien de collectieve actie tot verkrijging van schadevergoeding succesvol is geweest, kan het mogelijk maken van een algemeen belang-actie zinvol zijn voor een effectieve handhaving van het mededingingsrecht.
Zonder de mogelijkheid om schadevergoeding in geld te kunnen vorderen, is het zeer moeilijk om tot een schikking tussen de collectieve belangenbehartiger en de laedens te komen. Er bestaat bij onderhandelingen (ook in het kader van de in § 8.7 te bespreken WCAM-procedure) geen onderhandelingsevenwicht door het ontbreken van een wettelijke collectieve schadevergoedingsregeling.1 Het ontbreken van een dergelijk drukmiddel kan in mededingingszaken niet gecompenseerd worden door artikel 6:96 lid 2 BW, waarin is bepaald dat de kosten tot vaststelling van schade en aansprakelijkheid door individuele gedupeerden kunnen worden gevorderd.2
Mocht een procedure op grond van artikel 3:305a BW (eventueel gecombineerd met een bundel representatieve proefprocedures waarin verklaringen voor recht worden gegeven met betrekking tot verschillende aansprakelijkheidsvragen) een voor de laedens ongunstige uitkomst hebben, dan kan hij de uitkomst van de procedure negeren met het argument dat de individuele gelaedeerden hun schadevergoeding maar met behulp van een individuele procedure moeten komen halen.
Bij (schade)bedragen die de moeite van het procederen waard zijn, loopt de laedens op grond van artikel 6:96 lid 2 BW jo artikel 241 Rv het risico om op te draaien voor een grote hoeveelheid individuele proceskostenveroordelingen en kosten tot vaststelling van de individuele schade (zie tevens § 8.6.4).3 De laedens kan daarbij in kort geding worden veroordeeld tot betaling van een voorschot.4 In mededingingszaken gaat het echter vaak om gevallen van strooischade, waarbij het voor veel consumenten niet de moeite waard is om te procederen (zogenaamde rationele desinteresse). De laedens zal juridisch gezien dan ook niet veel druk ervaren om tot een schikking met de collectieve belangenbehartiger of een duurzame publiek belang-organisatie te komen zonder dat er een mogelijkheid bestaat voor de collectieve belangenbehartiger of de duurzame publiek belang-organisatie om met behulp van een collectieve actie schadevergoeding in geld te vorderen.