Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/13.1:13.1 Inleiding
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/13.1
13.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS450437:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat de uitleg van de wettelijke term kerkgenootschap centraal. De wettelijke term kerkgenootschap heeft een religieuze lading. Indien organisaties als zodanig worden gekwalificeerd betekent dit dat deze organisaties een bepaalde relatie hebben met godsdienst. De vraag is wat deze relatie met godsdienst zou moeten inhouden om als kerkgenootschap te kunnen worden gekwalificeerd.
In paragraaf 13.2 geef ik een overzicht van de wijze waarop de wetgever de term kerkgenootschap in het verleden en in het heden heeft gedefinieerd. Daarbij ga ik in het bijzonder in op de typen organisaties die de wetgever hiermee voor ogen heeft gehad. Vallen alle religieuze denominaties hieronder of is het gereserveerd voor slechts traditioneel in Nederland gevestigde religies? Verder sta ik in deze paragraaf stil bij de voorwaarden die de wetgever heeft verbonden aan de definitie kerkgenootschap. In paragraaf 13.3 volgt een analyse van de wijze waarop in de nationale en EHRM jurisprudentie betekenis wordt toegekend aan de wettelijke term kerkgenootschap. Het hoofdstuk sluit ik in paragraaf 13.4 af met een conclusie.