Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.2.2
VI.2.2 De algemene gang van zaken
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242732:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 8 (MvT). Deze regeling is thans te vinden in art. 2:14 lid 3 BWC/BW-SM/BW-BES. De eerste volzin luidt als volgt: “Iedere bestuurder draagt niettemin verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken en is gehouden zoveel mogelijk bij te dragen tot het afwenden van de gevolgen van een schadetoebrengend feit, ook al behoort de aangelegenheid niet tot zijn werkkring.”
In de toelichting wordt naar art. 39 van de Landsverordening inzake de Besloten Vennootschap verwezen. Zie voor de toelichting op laatstgenoemde bepaling de Staten van de Nederlandse Antillen zitting 1998-1999, Landsverordening inzake de Besloten Vennootschap, 3, p. 20 (MvT).
Zie § V.5.3.
Onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/139; Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/198; Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 13.1, p. 214; en Boschma e.a. 2018, p. 124. Voor de volledigheid wijs ik erop dat Assink het mogelijk acht het bepalen van de strategie statutair bij de algemene vergadering te leggen, zie Assink 2019, p. 45-55. De minister heeft onlangs echter aangegeven dat het bepalen van de strategie tot het domein van het bestuur behoort. Voorgesteld wordt het primaat van het bestuur ten aanzien van de strategie voor beursvennootschappen in art. 2:129 lid 1 BW te expliciteren, zie Kamerstukken 2019/20, 35 367, 2, p. 2; en Kamerstukken 2019/20, 35 367, 3, p. 10 (MvT).
Onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/141; Bier, Ondernemingsrecht 2017/105; Boschma e.a. 2018, p. 124; Calkoen 2012, p. 376-377; Kersten, Ondernemingsrecht 2016/14; Schild & Timmerman, WPNR 2014/7011, p. 273; Van Solinge 2018, p. 3; en Talmricht, MvO 2018, afl. 7, p. 209.
Onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/140; Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/198; Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 13.1, p. 214; en Boschma e.a. 2018, p. 124. Dat het financiële beleid tot de kerntaken van het bestuur behoort, is bevestigd in de feitenrechtspraak. Zie bijvoorbeeld Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, JOR 2013/237 m.nt. Verboom (Landis).
Idem Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 53.1, p. 1205; en Calkoen 2012, p. 331.
Zie ook Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 15 (MvT); en Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 4 (NV).
Aldus ook Calkoen 2012, p. 332; Kemperink 2013, p. 324; Van Olffen, De Kluiver & Legein 2012, p. 30; en Talmricht, MvO 2018, afl. 7, p. 209.
Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 26 (NV).
Ervan uitgaande dat de uitvoering van het financiële beleid daadwerkelijk aan een of meer uitvoerende bestuurders is toebedeeld. Idem Van Olffen, De Kluiver & Legein 2012, p. 30.
Idem Bier, Ondernemingsrecht 2017/105. Vgl. Kersten, Ondernemingsrecht 2016/14.
Aldus ook onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/143; en Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/560.
Zie in deze zin ook Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, JOR 2013/237 (Landis).
De term ‘bijzondere bewakingstaken’ ontleen ik aan Bier, Ondernemingsrecht 2017/105.
In gelijke zin Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 33.1, p. 600; en Bier, Ondernemingsrecht 2017/105.
Aldus Bier, Ondernemingsrecht 2017/105.
Verdam 2011, p. 31, die zijn standpunt later herhaalt in Ondernemingsrecht 2013/102 en WPNR 2017/7135, p. 98. Evenzo onder anderen Bier, Ondernemingsrecht 2017/105; Kersten, Ondernemingsrecht 2016/14; Van Olffen 2018, p. 152; en Schild & Timmerman, WPNR 2014/7011, p. 273. Vgl. ook Rb. Midden-Nederland 19 juni 2013, JOR 2013/237 (Landis).
Evenzo De Roo, WPNR 2019/7243, p. 473.
Idem Boschma e.a. 2018, p. 156.
Boschma e.a. 2018, p. 124 en 156.
Kamerstukken II 2018/19, 34 491, 6, p. 9-10 (NV).
Idem Boschma e.a. 2018, p. 123 en 156; en Strik, Ondernemingsrecht 2012/91. In de praktijk wordt in het bestuursreglement regelmatig een lijst opgenomen met aangelegenheden die aan het gehele bestuur toevallen. Zie bijvoorbeeld art. 2.2.1 van het bestuursreglement van Altice Europe NV d.d. 20 november 2018; art. 2.4 van het bestuursreglement van Amsterdam Commodities NV d.d. 8 februari 2018; en art. 5 van het bestuursreglement van Unilever NV d.d. 1 februari 2018.
Met de term ‘rol’ doel ik in navolging van Schuit 2017, p. 251-253, op de wijze waarop de taak wordt vervuld.
Duidelijk is dat de niet-uitvoerende bestuurders verantwoordelijkheid dragen voor ‘de algemene gang van zaken’. Maar wat valt daar nu precies onder? De minister merkte in verband met de algemene gang van zaken slechts op dat hij voor de formulering van de eerste volzin van art. 2:9 lid 2 BW inspiratie heeft geput uit art. 14 lid 3 van de Antilliaanse Landsverordening.1 Uit deze bepaling volgt inderdaad dat iedere bestuurder verantwoordelijk is voor de algemene gang van zaken. Wat daaronder moet worden verstaan, laat de Antilliaanse regeling echter in het midden. De wetsgeschiedenis van deze bepaling brengt mij evenmin verder. De minister van de Nederlandse Antillen vermeldde slechts dat uit het derde lid van art. 14 volgt dat het stelsel van collectieve aansprakelijkheid niet geheel is verlaten.2
De algemeen gedeelde conclusie in de juridische literatuur is dat onder de algemene gang van zaken aangelegenheden vallen die zo fundamenteel zijn dat zij tot de verantwoordelijkheid van iedere bestuurder behoren.3 Welke aangelegenheden dat zijn, verschilt natuurlijk per vennootschap. Niettemin is uit de literatuur een aantal uitgangspunten te destilleren.
Zo is het communis opinio dat het bepalen van de strategie tot de kerntaken van het bestuur behoort.4 Een aanknopingspunt voor deze gedachte is te vinden in art. 2:141/251 lid 2 BW. Deze bepaling schrijft voor dat het bestuur de raad van commissarissen ten minste een keer per jaar schriftelijk in kennis stelt van de hoofdlijnen van het strategische beleid. Naast het uitstippelen van de strategie omvat de algemene zaken volgens de heersende leer het risicobeleid5 en het financiële beleid.6 Ik wijs erop dat niet alles wat met die beleidsterreinen te maken heeft onder de algemene gang van zaken valt. De grens tussen de kerntaken van het bestuur en aangelegenheden die niet direct onder de verantwoordelijkheid van iedere uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurder vallen, is niet altijd eenvoudig te trekken.
Tot de algemene gang van zaken behoort in ieder geval het uitstippelen van de strategie, het risicobeleid en het financiële beleid van de vennootschap.7 In een one tier board zijn de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders hier op dezelfde voet verantwoordelijk voor.8 Het uitvoeren van het beleid valt niet onder de directe verantwoordelijkheid van iedere uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurder.9 Dit is mijns inziens een uitvoerende taak bij uitstek. Ook toenmalig minister Hirsch Ballin dacht hier zo over. Tijdens de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht merkte hij op dat het ‘financiële beheer’ aan een uitvoerend bestuurder kan worden toebedeeld.10 De niet-uitvoerende bestuurders zijn daar dus niet direct verantwoordelijk voor.11
Op het uitgangspunt dat de uitvoering van het beleid niet tot de kerntaken van het bestuur behoort, bestaan uitzonderingen. Voor essentiële uitvoeringstaken zoals de externe financiële verslaggeving, draagt iedere uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurder directe verantwoordelijkheid.12 Het opmaken van de jaarrekening geschiedt immers bij bestuursbesluit.13 Dat de externe financiële verslaggeving onder de algemene gang van zaken valt, leid ik bovendien af uit art. 2:101/210 lid 2 BW.14 Deze bepaling schrijft voor dat iedere bestuurder de jaarrekening ondertekent.
Naast het bepalen van de strategie, het financiële beleid en het risicobeleid, kunnen ‘bijzondere bewakingstaken’ van het bestuur tot de algemene gang van zaken worden gerekend.15 Te denken valt aan het al dan niet verlenen van goedkeuring aan uitkeringsbesluiten en besluiten tot kapitaalvermindering.16 Ik licht dit in § VII.4.3.3 toe.
In de literatuur wordt tot slot bepleit dat kwesties die het wezen van de vennootschap fundamenteel raken tot de kerntaken van het bestuur behoren. Zo behoort bijvoorbeeld een voorstel tot fusie of splitsing op de bestuurstafel te liggen.17 Hetzelfde geldt voor overnames, afstotingen alsook het aangaan of verbreken van samenwerkingsverbanden die voor de identiteit van de vennootschap van belang zijn, aldus Verdam.18
Ik concludeer dat ‘de algemene gang van zaken’ nog altijd geen vastomlijnd begrip is. Dit komt de rechtszekerheid niet ten goede. Bier is dan ook van mening dat de wetgever aan zet is. Zij stelt voor in de wet te verduidelijken wat in ieder geval onder de algemene gang van zaken moet worden verstaan.19 Ik vraag mij af wat het nut daarvan is.20 Zoals gezegd, is de literatuur het er al over eens welke zaken in ieder geval onder de verantwoordelijkheid van alle bestuurders vallen. Verder verschilt de invulling van de algemene gang van zaken per vennootschap.21 Naar mijn mening gaat flexibiliteit in dit geval boven rechtszekerheid.
Vermeldenswaardig is in dit kader nog wel dat de Minister voor Rechtsbescherming onlangs gehoor gaf aan de oproep van Boschma e.a. om het begrip van een toelichting te voorzien.22 Tijdens de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen verduidelijkte hij dat onder de algemene gang van zaken ten minste het strategische beleid, het financiële beleid en het risicobeleid moeten worden verstaan.23 Daarmee sluit hij aan bij de heersende opvatting in de literatuur.
Omdat de wet niet in een definitie van de algemene gang van zaken voorziet, raad ik vennootschappen aan in de statuten of in het bestuursreglement op te nemen welke aangelegenheden daaronder vallen.24 Verder doen zij er mijns inziens goed aan de rol van de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders bij de algemene gang van zaken te verduidelijken.25 Want welke rol de niet-uitvoerende bestuurders daarbij precies behoren te vervullen, is nog altijd mistig.