Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.2.8
4.2.8 Discussie en ontwikkelingen
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS392072:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Zaal (2009), p. 25; Witteveen (2008), p. 224; Bartman & Holtzer (2008), p. 64.
Assink & Strik (2009), p. 26-27; Raaijmakers (2004), p. 3-10.
Nota modernisering ondernemings- en vennootschapsrecht, gepubliceerd in NJB 2004, p. 1773.
SER (2008), p. 30.
Wel zijn acties ondernomen op het terrein van de informatievoorziening in internationaal concernverband. Op 14 februari 2013 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel tot enige wijzigingen van de WOR. Eén wijziging heeft betrekking op de medezeggenschap in internationale concerns (zie voor het wetsvoorstel Kamerstukken II 2011/12, 33367, nr. 1). Op grond van art. 31 lid 2 (d) WOR wordt de ondernemer verplicht de ondernemingsraad te informeren over de zeggenschapsverhoudingen binnen het internationale concern waar de ondernemer deel van uitmaakt. De ondernemer zal informatie moeten verschaffen over wie tot deze groep behoren, hoe de zeggenschapsverhoudingen zijn waardoor zij onderling zijn verbondenen de personen die de zeggenschap uitoefenen.
De keuze voor het stakeholdersmodel – de vennootschap als langetermijnsamenwerkingsverband van diverse bij de vennootschap betrokken partijen, waaronder werknemers, aandeelhouders en overige kapitaalverschaffers, – wordt in Nederland breed gedragen. Deze denkwijze heeft de afgelopen jaren tot scheuren geleid in de muur die de twee huizen ‘onderneming’ en ‘vennootschap’ ooit strikt van elkaar scheidde. Vanaf de jaren zeventig is binnen de vennootschap een rol voor werknemers gecreëerd, die met de wijziging van de structuurregeling in 2004 en de invoering van het spreekrecht in 2010 nader is uitgebreid. Daarmee is niet gezegd dat de werknemers op alle fronten winst hebben behaald. Verschillende auteurs duiden het spreekrecht als ‘lippendienst’ of ‘symboolwetgeving’.1 De recente ontwikkelingen alsmede het huidige denken over corporate governance zijn voorts vooral gericht op een zekere herrijking van de positie van aandeelhouders.2 Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de medezeggenschap. Een versterking van de positie van aandeelhouders ten opzichte van het bestuur of de raad van commissarissen leidt tot een materiële verzwakking van de medezeggenschapsrechten van de werknemers.
Hoe het de structuurregeling in de toekomst zal vergaan, is moeilijk te voorspellen. In de nota modernisering ondernemings- en vennootschapsrecht uit 2004 duidde de toenmalige Minister van Justitie de aanpassing van de structuurregeling aan als de eerste fase.3 Hoe de volgende fases inhoud moesten krijgen, gaf hij niet aan. De SER meende in 2008 dat voor een fundamentele herziening van het Nederlandse medezeggenschapsrecht op dat moment geen aanleiding bestond. Anders ligt het wat betreft de (strategische) besluitvorming op internationaal concernniveau. De SER stelt vast dat dergelijk belangrijke besluiten zich deels aan het bereik van de Nederlandse medezeggenschapsregelingen onttrekken.4 De Raad is echter verdeeld over de mate waarin dit het geval is en in hoeverre dit problematisch is te achten. Hij adviseert dit aspect mee te nemen bij de evaluatie van de Structuurwet. Deze evaluatie had moeten plaatsvinden vijf jaar na 1 oktober 2004. Tot op heden heeft het kabinet tot een evaluatie van de Structuurwet (nog) geen actie ondernomen.5