Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/1.8
1.8 Overheidsbelangen en private verhoudingen
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS498244:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Klein Haarhuis en Niemeijer 2008.
Zie hieromtrent ook het advies op het Voorstel Europees bankbeslag van de Nederlandse Vereniging voor Banken: ‘naar ons oordeel bevat het impact assessment dan ook zachte, om niet te zeggen speculatieve elementen en kan er niet gesproken worden van een overtuigende kosten-batenanalyse. Bron: www.recht.nl , 3 september 2012, rubriek nieuws: Europees recht.
Dit wordt in het impact assessment ook toegegeven: afgeschreven cross border vorderingen blijken vaak niet inbaar te zijn, bijvoorbeeld door insolventie, omdat de vordering ten opzichte van andere crediteuren een slechte rangorde heeft of de crediteur de hoofdzaak heeft verloren: Commission Staff working paper EAPO.
Wellicht ten overvloede wijs ik in dit verband nogmaals op de onzekere status van rechten in het geval van conservatoir beslag: zie ook paragraaf 1.2.
Ten tijde van het ontstaan van een wettelijke regeling voor het conservatoir beslag in Nederland was de maatschappij aanzienlijk minder complex dan heden ten dage: vanuit het gewoonterecht diende deze regeling oorspronkelijk tot verzekering van een schuld (bij vluchtgevaar van de schuldenaar) of om competentie te scheppen wanneer een vreemdeling met een schuld dreigde te vertrekken. Een praktische manier dus om ervoor te zorgen dat rekeningen door ‘vreemdelingen’ betaald werden voorafgaand aan vertrek. Inmiddels zijn de regels inzake conservatoir beslag geëvolueerd tot een complex geheel met de mogelijkheid om op vele soorten van vermogensbestanddelen beslag te leggen. Niet is veranderd dat de overheid regels stelt om private verhoudingen te reguleren.
De ontwikkeling van nieuwe regelgeving dan wel aanpassingen daarin is in toenemende mate (mede) omgeven door beleidsdoelstellingen.1 Het voorstel Europees bankbeslag is hier een voorbeeld van. Het ontwikkelen en faciliteren van de interne Europese markt kan worden beschouwd als de drijfveer bij de totstandbrenging van wetgevingsinitiatieven door de Europese Commissie. Er lijkt een tendens waarneembaar dat de maatstaven die hierbij worden aangelegd inzake de bescherming van rechten van burgers en bedrijven in de lidstaten, zoals eigendomsrechten en privacy, in de uitvoering niet de benodigde aandacht krijgen. Dit is in mijn ogen een uiterst zorgelijke ontwikkeling. In publicitaire uitingen tracht de Europese Commissie deze tendens te maskeren door de verwachte positieve effecten van voorgestelde regelgeving te benadrukken. Zo zou de regeling Europees bankbeslag ondernemingen helpen om 600 miljoen Euro extra aan grensoverschrijdende schuldvorderingen te innen: een stelling die niet op solide feiten is gebaseerd.2 Dat een dergelijk effect nimmer realiseerbaar kan zijn komt omdat veel vorderingen niet inbaar blijken.3 De geponeerde notie dat met een liberaal conservatoir beslag systeem waarbij de beslagene in een uiterst zwakke positie wordt geplaatst, betalingsproblemen tot het verleden zullen behoren is onjuist: een vergelijking met het Nederlandse liberale conservatoire beslagsysteem maakt dit ook zonder ingewikkelde analyses of berekeningen duidelijk: ware dit een juiste benadering dan zou in Nederland geen incassoproblematiek bestaan. Quod non.
Is het nu ernstig dat de Europese Commissie een beetje jokt over de (beleidsmatige) noodzaak van voorgestelde regelingen? Ik meen van wel, en zeker in het geval van het voorstel Europees bankbeslag, omdat de positie van de beslagene in het voorstel uiterst zwak is en een enorme inbreuk op privacy en eigendomsrechten wordt voorgestaan die, anders dan door de Europese Commissie voorgespiegeld, geen noodzaak in de bestaande cross border omstandigheden vindt en naar verwachting niet zal bijdragen aan een betere werking van de Europese interne markt.
Tot slot van deze paragraaf nog een gedachte buiten de gebaande (conservatoir beslag) paden, die is gebaseerd op een benadering van invorderingsproblematiek vanuit een ander perspectief: men zou zich voor kunnen stellen dat overheidsregulering in privaatrechtelijke verhoudingen gebalanceerder kan plaatsvinden, en in sommige gevallen zelfs achterwege blijven, indien schuldeisers in beginsel zelf verantwoordelijk worden geacht om incassorisico's in het handelsverkeer af te hechten. Ik doel hiermee op het treffen van (contractuele) zekerheidsmaatregelen als (deel)betaling vooraf, eigendomsvoorbehoud, letters of credit en dergelijke, alsook eenvoudige middelen zoals het vooraf informatie inwinnen over de kredietwaardigheid van handelspartners en het niet (blijven) leveren aan niet betalende afnemers. Het is zeer goed denkbaar dat een minder liberale regeling inzake conservatoir beslag tot een minimaal gelijkwaardig effect leidt, met minder vergaande inbreuken op de bedrijfs- en privésfeer van burgers,4 dan het van overheidswege diepgaand ingrijpen in (privaatrechtelijke) verhoudingen, zoals dit in het voorstel Europees bankbeslag het geval is.