Speaking the same language
Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.3.3.2.2:5.3.3.2.2 In aanmerking genomen giften en de waardering van de inbreng van de goederen in de trust
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.3.3.2.2
5.3.3.2.2 In aanmerking genomen giften en de waardering van de inbreng van de goederen in de trust
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717354:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een beroep op de legitieme portie laat het bestaan van de trust overigens onverlet. Dit geldt naar mijn mening in beginsel eveneens voor de inbreng in de trust.
Vgl. voorts: E.R. Roelofs, De private express trust en de legitieme portie. Civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten (Ars Notariatus, nr. 146), Deventer: Kluwer 2011, p. 92-93.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de inbreng van goederen in een trust als een gift kan worden beschouwd, bepaalt art. 4:67 BW welke giften in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling van de legitimaire massa. Als hoofdregel geldt dat enkel giften in aanmerking worden genomen, voor zover de prestatie binnen vijf jaren voor het overlijden van de erflater is geschied.1/2 In afwijking hiervan kunnen krachtens het bepaalde in art. 4:67 sub a t/m d BW giften die ouder zijn dan vijf jaar ook in aanmerking worden genomen voor de berekening. Het betreft de volgende giften:
giften die kennelijk gedaan en aanvaard zijn met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld;
giften die de erflater gedurende zijn leven te allen tijde had kunnen herroepen of die hij bij de gift voor inkorting vatbaar heeft verklaard;
giften van een voordeel, bestemd om pas na zijn overlijden ten volle te worden genoten; en
giften, door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is.
De inbreng van goederen in een trust zal doorgaans onder de hoofdregel vallen. In zeer uitzonderlijke gevallen zal zich in het kader van een trust een geval als bedoeld onder a t/m d voordoen.3
Voor wat betreft de waardering van giften stipuleert art. 4:66 lid 1 BW als hoofdregel dat voor de toepassing van titel 4.4.3 BW giften worden gewaardeerd naar het tijdstip van de prestatie. Voor een inbreng in een trust impliceert dit dat de waarde van hetgeen in de trust is ingebracht op het tijdstip van inbreng wordt bepaald. Gezien het dynamische karakter van het trustfonds, maakt een dergelijk waarderingsvoorschrift de waardering van een inbreng in een trust vanuit praktisch oogpunt veel simpeler.