Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/70
70 Wederzijds vertrouwen en bevoegdheidsbepalingen
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS506449:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie zeer uitgebreid F. Blobel & P. Spath, ‘The tale of multilateral trust and the European law of civil procedure’, ELR 2005, p. 528-547.
HvJEG 27 juni 1991, zaak C351/89, Jur. 1991, p. I-03317, NJ 1993/527 m.nt. JCS (Overseas Union). Zie hierover kritisch R. Fentiman, International Commercial Litigation, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 586 e.v..
HvJEG 27 juni 1991, zaak C351/89, Jur. 1991, p. I-03317, NJ 1993/527 m.nt. JCS (Overseas Union), r.o. 24-25.
Lastiger wordt het bij de gevolgen die het beginsel van wederzijds vertrouwen heeft voor de toepassing en de interpretatie van de bevoegdheidsbepalingen van hoofdstuk II van de EEX-Verordening II. Met name de invloed van het wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling op de litispendentie- en samenhangbepalingen van art. 29 en 30 EEX-Vo II kan tot problemen aanleiding geven.1 Reeds in het arrest Overseas Union is door het HvJ aangegeven dat de EEX-bepalingen voor de gerechten van elke lidstaat gelijkelijk gelden en door elk van hen met hetzelfde gezag kunnen worden uitgelegd.2 In een situatie van aanhangigheid van twee procedures in verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp moet de laatst aangezochte rechter zijn uitspraak aanhouden; in geen geval mag hij overgaan tot een onderzoek naar de bevoegdheid van de eerst aangezochte rechter.3 De EEX-Verordening II gaat ervan uit dat ieder gerecht in de lidstaten in gelijke mate in staat is om zijn eigen bevoegdheid te beoordelen.