Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.8.5:7.8.5 Conclusie
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.8.5
7.8.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291269:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat van geval tot geval beoordeeld moet worden of de prestaties die aan servicekosten ten grondslag liggen al dan niet afzonderlijk in aanmerking te nemen prestaties zijn. Uit het Field Fisher Waterhouse-arrest is af te leiden dat de servicekosten die in Nederland gebruikelijk zijn in beginsel de vergoeding vormen voor bijkomstige prestaties zijn die opgaan in de verhuurdienst. Dat de Hoge Raad zaakgerelateerde handelingen per definitie aanmerkt als bijkomstige prestaties acht ik onjuist. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt in de eerste plaats dat de levering van nutsvoorzieningen met een individuele meter waarbij wordt afgerekend op basis van het werkelijke verbruik een afzonderlijke (belaste) prestatie kan zijn. In de tweede plaats is uit deze jurisprudentie naar mijn mening af te leiden dat zaakgerelateerde handelingen, zoals de schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten, waarvan de huurder op grond van de huurovereenkomst de mogelijkheid heeft om die rechtstreeks van een derde te betrekken en die door de verhuurder afzonderlijk in rekening worden gebracht, afzonderlijke prestaties zijn. De Hoge Raad zou deze discrepantie met de jurisprudentie van het Hof van Justitie eenvoudig kunnen wegnemen door zaakgerelateerde handelingen in beginsel aan te merken als prestaties die opgaan in de verhuur van onroerend goed. De beleidsopvatting van de Staatssecretaris van Financiën, inhoudende dat de servicekosten bij de verhuur van bedrijfsruimte veelal de vergoeding is voor afzonderlijk in aanmerking te nemen prestaties, is zowel in strijd met de jurisprudentie van de Hoge Raad als het Hof van Justitie. Dat geldt naar mijn mening eveneens voor de beleidsopvatting dat het zogenoemde huurdersonderhoud niet opgaat in de verhuur van woonruimte, maar een afzonderlijke belaste dienst is.