Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.6.3
III.6.6.3 Willekeur en de redelijkheid en billijkheid
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622763:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 175 waarin is opgemerkt dat een verbintenis niet afhangt van de willekeur van de schuldenaar indien deze heeft gehandeld met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid. Vgl. eveneens Kleijn 1969, p. 294: ‘Juist de goede trouw beperkt de willekeur van de aanwijzer…’.
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 175: ‘Deze bedingen werden in die zin uitgelegd dat de schuldeiser zich slechts bij het oordeel van de schuldenaar moet neerleggen, indien dit met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid is gevormd, met andere woorden de grenzen van de redelijkheid niet overschrijdt; de verbintenis hangt aldus niet af van de willekeur van de schuldenaar (curs. NB).’
Wolters 2013, par. 1.2. De redelijkheid en billijkheid heeft betrekking op alle vermogensrechtelijke verhoudingen en kan, voorzover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet, ook buiten het vermogensrecht een rol spelen.
Zie ook HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5985, Ars Aequi januari 2009, p. 44 e.v.
Zie in dit kader ook Nuytinck 2009, p. 48 die met betrekking tot de zorg van een goed executeur erop wijst dat diens aansprakelijkheid wegens het tekortschieten in de van hem te vergen zorg, een wettelijke en geen (quasi-) contractuele aansprakelijkheid (art. 7:401 BW) is.
In paragraaf 4.3.5 merkte ik reeds op dat de redelijkheid en billijkheid voor de nodige objectivering zorgt. De redelijkheid en billijkheid corrigeert daarmee willekeurig handelen.1 De rol van de redelijkheid en billijkheid als corrigerende factor van willekeur werd overigens ook al zichtbaar in paragraaf 6.4, waarin ik opmerkte dat het ‘redelijk oordeel’ voorkomt dat er in strijd wordt gehandeld met het wezen van een verbintenis.
In het kader van de mogelijkheden van wilsdelegatie in het erfrecht en de vraag naar wat willekeur is, wil ik dan ook stellen dat van willekeur sprake is indien er door de gedelegeerde onredelijk en onbillijk wordt gehandeld. Willekeur is anders gezegd: de gepasseerde grens der redelijkheid.2
Omdat de redelijkheid en billijkheid in het gehele vermogensrecht een pregnante plaats inneemt,3 hoeft zij mijns inziens niet al te gauw te worden gevreesd. Het verlenen van de delegatiebevoegdheid bij uiterste wil door de erflater kan bijvoorbeeld worden opgevat als het verlenen van een opdracht aan de gedelegeerde. De gedelegeerde dient bij het uitoefenen van de aan hem verleende bevoegdheid mijns inziens telkens de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen4 (vgl. art. 7:401 BW), hetgeen tevens een handelen met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid impliceert.5