Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba
Einde inhoudsopgave
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.4.6:4.4.6 De terugwijzing
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.4.6
4.4.6 De terugwijzing
Documentgegevens:
Mr. G.C.C. Lewin, datum 08-01-2010
- Datum
08-01-2010
- Auteur
Mr. G.C.C. Lewin
- JCDI
JCDI:ADS445088:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 16 april 1993 (Van der Belt/De Open Ankh), NJ 1993, 654, m.nt. HER (NL), rov. 3.2; HR 1 februari 2002, NJ 2003, 655, m.nt. DA (NL), rov. 3.4. Zie voor verdere gegevens: Ras/Hammerstein/ Lewin 2008, p. 74-78.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor Nederlandse zaken heeft de Hoge Raad bepaald dat de appelrechter bij gegrond-bevinding van een of meer grieven tegen een einduitspraak de zaak niet mag terugwijzen, tenzij de eerste rechter zich op bepaalde gronden onbevoegd heeft verklaard.1 In de Nederlandse Antillen en Aruba hanteert het Hof echter de regel dat bij vernietiging van een einduitspraak de zaak ook mag worden teruggewezen indien de eerste rechter niet is toegekomen aan beoordeling van het materiële geschil (het 'bodemgeschil' van art. 282, zie paragraaf 2.8). Deze regel grenst de gevallen waarin terugwijzing mogelijk is, minder duidelijk af dan de Nederlandse regel. Hieruit vloeit een zekere vrijheid voor de appelrechter voort om al dan niet terug te wijzen.
Voordeel daarvan is dat de Antilliaanse/Arubaanse appelrechter enige ruimte heeft om een op het berechte geval toegesneden afweging te maken tussen het belang van partijen bij volledige berechting in twee instanties tegen het belang van partijen bij bespoediging en concentratie van het proces. Ook deze rechterlijke vrijheid draagt slechts bij aan een goede rechtspleging, indien de rechter betrouwbaar en van goed niveau is.
Ik kan mij voorstellen dat de Hoge Raad deze afweging niet geheel aan de appelrechter wenst over te laten. Er speelt immers een eigen belang van de appelrechter mee: terugwijzing leidt tot minder werk voor hemzelf. Dit kan ertoe leiden dat om organisatorische redenen rechterlijk beleid wordt ontwikkeld om de werkdruk bij de appelrechter te verminderen, waardoor de afweging van de belangen van partijen niet meer zuiver zou zijn. Niet is uit te sluiten dat zaken worden teruggewezen uit gemakzucht. Ik heb overigens niet de indruk dat dit in de Nederlandse Antillen en Aruba daadwerkelijk gebeurt.