De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.4.1:7.4.1 Schuldeisers van de erflater en schuldeisers van de erfgenamen
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/7.4.1
7.4.1 Schuldeisers van de erflater en schuldeisers van de erfgenamen
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232354:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de grenzen die het erfrecht stelt aan het gebruik van de bij dode opgerichte stichting om over het graf heen te regeren. Hiervoor zijn al behandeld het verbod tot wetsontduiking en het verbod vervreemding of bezwaring uit te sluiten. Ook de vraag naar de mogelijkheden van bescherming tegen schulden door middel van een bij dode opgerichte stichting als bufferorganisatie tegen schulden (zie ook 1.2) behoort tot de grenzen die onderzocht worden. Ook op dit gebied kan de erflater na zijn overlijden zijn macht nog doen gelden.
Het is de erflater die ingrijpt door bij uiterste wilsbeschikking een stichting op te richten, daarom wordt de problematiek hierna vooral besproken vanuit de positie van de personen die de erflater uiteindelijk wil beschermen.
De bescherming tegen schuldeisers doet zich voor op meerdere gebieden, ik bespreek er drie. Ik begin in 7.4.2 met de positie van de nabestaanden ten opzichte van de schulden van de erflater. In dit onderdeel zal ik ook kort aandacht besteden aan de positie van de schuldeisers. Vervolgens besteed ik in 7.4.3 aandacht aan de bescherming van de materiële erfgenamen tegen hun eigen schuldeisers. Tot slot bespreek ik in 7.4.4 de bescherming van de executeur tegen de risico’s ten aanzien van de heffing van erfbelasting.