Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/61
61 Het procedeerverbod
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS400594:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Amsterdam 8 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7623.
Rb. ’s-Gravenhage 5 augustus 2004, NJ 2004, 597; Rb. Almelo 14 augustus 2002, NJ 2002, 491; Rb. Rotterdam 8 februari 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AV3944 en Rb. Amsterdam 14 december 2004, NJF 2005, 27. Zie over het procedeerverbod in het Europees procesrecht Hess JZ 2014, nr. 11, p. 538 t/m545 en Lehmann NJW 2009, p. 1645.
Van der Wiel WPNR 2005, p. 317. Zie ook Van der Kwaak WPNR 2002, p. 580.
Bruinzeel 2011, p. 293. Zie ook Rb. Haarlem 13 januari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1780. De Haarlemse rechtbank overwoog dat een procedeerverbod principieel geoorloofd is: noch artikel 17 van de Grondwet, noch artikel 6 EVRM verzet zich daartegen. Wel is terughoudendheid vereist. Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden, zoals wanneer evident sprake is van misbruik van bevoegdheid, kan een dergelijk verbod worden toegewezen.
Zie hiervoor, nr. 60.
Rb. Amsterdam 8 december 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7623.
In de literatuur heb ik over de inhoud van de veroordeling tot gehengen en gedogen niets kunnen vinden. In de rechtspraak heb ik slechts één uitspraak van een lagere rechtbank gevonden waarin de voorzieningenrechter zich uitliet over de inhoud van de veroordeling. Het ging in dat geval om een geschil tussen W&K (een internationaal opererend groothandelbedrijf) en ML (een bedrijf dat lampen ontwerpt).1 W&K had in 2011 een partij lampen ingekocht bij een Chinese leverancier. Deze lampen zouden in de loop van 2011 worden verkocht aan supermarktketen Aldi. ML meende dat W&K inbreuk maakte op het auteursrecht van ML op de zogenaamde ‘Nomad’-lamp en sommeerde om die reden W&K om haar te bevestigen dat zij geen handelingen zou verrichten die inbreuk maakten op haar auteursrecht. W&K haalde naar aanleiding van die sommatie de aan Aldi verkochte lampen terug, paste de lampen enigszins aan en verstuurde de lampen vervolgens aan ML met het verzoek om te verklaren dat deze aangepaste lampen geen inbreuk maakten op het auteursrecht van ML. ML weigerde die verklaring af te geven waarop W&K haar in rechte betrok en (in kort geding) veroordeling vorderde van ML om op straffe van verbeurte van een dwangsom te gehengen en gedogen dat de aangepaste lamp wordt geproduceerd, aangeboden en verkocht. De voorzieningenrechter overwoog als volgt:
‘Naast het aanhangig maken van een bodemprocedure of een kort geding, kunnen de rechtsmaatregelen die ML zou kunnen nemen tegen een eventuele inbreuk op haar auteursrecht door W&K, althans Aldi, bestaan in het leggen van bewijsbeslag als bedoeld in artikel 1019b-d Rv en een ex parte verbod, het bij verzoekschrift vorderen van een verbod op dreigende inbreukmakende gedragingen, op grond van artikel 1019e Rv. Indien evident zou zijn dat er geen inbreuk is, zou een verbod als thans door W&K gevorderd mogelijk onder omstandigheden kunnen worden opgelegd. In een dergelijke situatie zou het nemen van de rechtsmaatregelen als beslag of het vorderen van een ex parte verbod, althans het dreigen daarmee, immers als onrechtmatig kunnen worden aangemerkt.’
In het onderhavige geval vond de voorzieningenrechter niet op voorhand evident dat ‘Lamp II’ geen inbreuk maakte op het auteursrecht van ML. De voorzieningenrechter wees om die reden de gevorderde veroordeling tot gehengen en gedogen af.
Met betrekking tot de vraag of toewijzing van het gevorderde verbod ook zou leiden tot een procedeerverbod overwoog de voorzieningenrechter als volgt:
‘Wel zou overigens door ML een kort geding of een bodemprocedure aanhangig gemaakt kunnen worden indien Lamp II bij Aldi verkocht zou worden. Niet valt in te zien dat dit misbruik van recht zou opleveren, zelfs niet indien die vordering niet of nauwelijks kans van slagen heeft. Men mag nu eenmaal zijn rechtsgeschillen aan de rechter voorleggen.’
Kennelijk moet sprake zijn van misbruik van (proces)recht voor het opleggen van een procedeerverbod.2 Van misbruik van procesrecht is niet snel sprake.3 Een gevorderd procedeerverbod wordt dan ook zelden toegewezen.4
Gelet op de hiervoor besproken uitspraak en de jurisprudentie waaruit blijkt dat een procedeerverbod slechts zelden wordt toegewezen, meen ik dat onder de veroordeling om te gehengen en te gedogen in beginsel niet ook een procedeerverbod valt. In de hiervoor besproken uitspraak over de tablet van Samsung zal de veroordeling van Apple om de verkoop van de tablet van Samsung te gehengen en gedogen dus niet meebrengen dat Apple geen procedure meer mag aanspannen tegen Samsung om verbod van de verkoop te vorderen.5 Levert een veroordeling om te gehengen en te gedogen de eiser dan niets extra’s op ten opzichte van een negatieve verklaring voor recht? Dat is mijns inziens niet gezegd. Zie bijvoorbeeld de hiervoor besproken uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2011 waarin de rechtbank oordeelde dat een veroordeling om te gehengen en gedogen mee zou brengen dat de gedaagde geen bewijsbeslag zou mogen leggen en ook geen ex-parte verbod zou mogen vorderen.6 Daarnaast zal een gedaagde die is veroordeeld tot gehengen en gedogen van bepaalde handelingen op straffe van verbeurte van een dwangsom, eerder geneigd zijn om geen rechtsmaatregelen meer te treffen of daarmee te dreigen dan wanneer de eiser alleen beschikt over een verklaring voor recht dat de (voorgenomen) handelwijze van de eiser geen inbreuk maakt op een recht van de wederpartij.