De verklaring voor recht
Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/60:60 Veroordeling om te dulden
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/60
60 Veroordeling om te dulden
Documentgegevens:
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS398286:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof van Justitie van 19 april 2012, C-133/11, NJ 2013, 80 (Fischer/Ritrama).
HR 20 januari 1989, NJ 1989, 375 (Nijs c.s./Ciba-Geigy), m.nt. L. Wichers Hoeth.
Hof ’s-Gravenhage 22 mei 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BD5586.
MünchKommZPO/Gruber, § 890, Rdnr. 3 e.v.
Rb. ’s-Gravenhage van 16 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8487.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de meeste van de in dit hoofdstuk besproken arresten vorderden de respectievelijke eisers de negatieve verklaring voor recht om een verbodsvordering van de gedaagde af te weren. Dat geldt zowel voor het geval van Folien Fisher c.s. tegen Ritrama SpA,1 als voor Nijs c.s. tegen Ciba-Geigy2 als voor Fikszo tegen Stokke AS.3 De eisers beoogden met de verklaring voor recht te bereiken dat hun wederpartij een bepaalde handelwijze die zij (ook) in de toekomst nog wilden uitvoeren, moest gedogen. Voor het dulden van een bepaalde handelwijze kent het Duitse recht een bijzondere Unterlassungsklage, de zogenaamde Duldungsklage.4 Een Duldungsurteil levert een Vollstreckungstitel op in de zin van § 890 ZPO: handelt de veroordeelde partij in strijd met het Duldungsurteil, dan wordt deze partij door de rechter – op verzoek van de wederpartij – veroordeeld tot betaling van een dwangsom.
Het equivalent van de Duitse Duldungsklage is in Nederland opgenomen in art. 3:296 BW dat bepaalt dat hij, die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, wordt veroordeeld. De verbintenis om niet te doen ziet zowel op de situatie dat de schuldenaar verplicht is om zich van iets te onthouden wat hij anders zou mogen doen als op de situatie om iets te dulden wat hij anders zou mogen beletten.5 Hartkamp en Sieburgh verduidelijken het voorgaande met het voorbeeld dat buurman A zich jegens buurman B verbindt om op zijn terrein geen gebouw op te richten respectievelijk buurman B op de grond van buurman A toe te laten. Wanneer buurman A daarmee in strijd handelt (buurman A gaat bouwen respectievelijk hij weigert buurman B de toegang), dan kan buurman B vorderen dat buurman A wordt veroordeeld tot nakoming, meer specifiek om niet te bouwen respectievelijk om buurman B niet te verhinderen zijn terrein te betreden. B kan de veroordeling reëel ten uitvoer laten leggen en wel rechtsreeks.6 B kan, aldus Hartkamp en Sieburgh, met behulp van de sterke arm A beletten te bouwen respectievelijk zich de toegang tot diens terrein verschaffen.7 Daarnaast kan B door indirecte executie, meer specifiek door het opleggen van een dwangsom, bewerkstelligen dat A zich aan het vonnis houdt.8
In het hiervoor gegeven voorbeeld bestaat de veroordeling uit het achterwege laten van feitelijke handelingen (A mag niet bouwen of de toegang versperren). Maar dat is niet altijd het geval. Het dulden kan ook bestaan uit het achterwege laten van (dreigen met) procederen. Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 16 januari 2013 over de zogenaamde Galaxy-tablets van Samsung.9 Apple meende dat Samsung met het op de markt brengen van deze tablet inbreuk maakte op het Gemeenschapsmodel. Samsung vorderde veroordeling van Apple tot gehengen en gedogen dat Samsung de Samsung Galaxy Tab 10.1, 8.9 en 7.7 vervaardigt, aanbiedt, in de handel brengt, invoert, uitvoert of gebruikt, op straffe van verbeurte van een dwangsom. De rechtbank ’s-Gravenhage wees de vordering van Samsung toe. De vraag is hoe ver dit gehengen en gedogen waartoe Apple is veroordeeld, strekt. Betekent het feit dat Apple de productie en verkoop van de tablet moet dulden dat Apple geen procedure meer mag starten tegen Samsung als Samsung de tablet produceert en/of verkoopt? Of gaat de veroordeling nog een stap verder en mag Apple Samsung niet eens meer sommeren om te stoppen met de productie/verkoop? Of mag Apple zich zelfs niet meer (openbaar) op het standpunt stellen dat de tablet van Samsung inbreuk maakt op het gemeenschapsmodel van Apple? Het antwoord op die vragen is uit het vonnis niet te herleiden.