Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.2.1
8.6.2.1 Inspraakmogelijkheden
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480687:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wonen en leven met aardbevingen 2016; Groninger Panel 2017.
Protocol Schadeafhandeling 2014; Protocol Schadeafhandeling 2016.
Rapportage eerste kwartaal 2016, p. 14; GBB Krant nr. 2 2016, p. 11.
‘Kamp houdt vast aan stoppen waardevermeerderingsregeling’, RTV Noord 12 januari 2016; ‘Eerste handtekeningen voor ‘Wees geen kniepert’, Dagblad van het Noorden 14 januari 2016.
Kamerstukken II 2016/17, 33529, nr. 321; ‘Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningenveld’, Stcrt. 2017, 15110; ‘Tempo versterken gaat niet omhoog; energiepremie is gered’, RTV Noord 6 december 2016.
Naar een nieuwe schadeafhandeling 2017.
Consultatieverslag internetconsultatie Tijdelijke Wet Groningen 2018; Internetconsultatie 2020;
TCMG 2020.
Adviescommissie Waardedaling (eerste advies) 2019; Adviescommissie Waardedaling (definitief advies) 2019; Verheij, Loth & Van Boom 2019.
Reactie op advies commissie immateriële schade 2020, p. 3; TCMG 14 mei 2020.
Reactie op advies commissie immateriële schade 2020, p. 3.
Van der Linde, De Groene Amsterdammer 9 oktober 2019.
Opbrengsten bezoek Appingedam 2018, p. 2.
Voortgang van de versterkingsopgave 2019, p. 27.
Aanhangsel van de Handelingen 2019/20, nr. 2510.
Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 830; Bestuurlijke afspraken versterking 2020.
Tussenevaluatie 2019, p. 12.
Startdocument Nationaal Programma Groningen 2018, p. 16.
Programmakader 2019, p. 41.
Een programma dat groeit 2019, p. 22-23.
Programmakader 2019, p. 30.
Derksen & Gebben 2019, p. 6.
Interviews betrokkenen 2020.
De hoeveelheid inspraakmogelijkheden die Groningers kregen bij opstelling van de schaderegelingen is beperkt geweest. In meerdere bewonersonderzoeken gaven Groningers aan dat zij meer inspraak wilden in de opstelling van de schaderegelingen.1 Hoewel NAM aangaf met de Onafhankelijke Raadsman en Tcbb te hebben overlegd over de twee versies van hun schadeprotocol2 werd geen overleg gevoerd met gedupeerden zelf of maatschappelijke organisaties. Bij de door NAM opgestelde Regeling Waardedaling werd evenmin gerept over inspraak. Het Koopinstrument kwam tot stand nadat hier meermaals door gedupeerden en belangenbehartigers om was gevraagd, maar was een pilot en geen algehele uitkoopregeling zoals men verlangde; de GBB steunde de regeling daarom niet.3 Toen de bij het bestuursakkoord beloofde definitieve waardevermeerderingsregeling dreigde op te gaan in een meer algemeen plan voor verduurzaming bij versterking via het Meerjarenprogramma van de NCG, ontstond ophef en de regio kwam met een petitie;4 minister Kamp ging overstag.5 Bij de opstelling van de nieuwe schadeprocedure onder publieke regie kwam de regio met vier pijlers waaraan voor hen moest worden voldaan6 en deze zelf geïnitieerde inspraak werd verwerkt in de nieuwe procedure.7
Zo leek door de jaren heen steeds meer aandacht te ontstaan voor de mogelijkheid tot inspraak en om aan behoeften van gedupeerden te voldoen, in plaats van werkwijzen eenzijdig vast te stellen. De voorstellen tot publiekrechtelijke schadeafhandeling stonden open voor internetconsultatie.8 De TCMG/het IMG gaf gedupeerden een inspraakmogelijkheid bij het aanwijzen van de schadedeskundige en liet hen reageren op het adviesrapport.9 De adviescommissies rondom waardedaling en immateriële schade hebben in aanloop naar de vaststelling van hun advies overlegd met maatschappelijke organisaties, gemeenten en provincies.10 Vooral bij de smartengeldregeling was aandacht voor inspraak van gedupeerden, zowel bij de totstandkoming van als tijdens de procedure. Het IMG i.o. voerde ten behoeve van de vaststelling van de werkwijze overleg met de GBB en het Gasberaad11 en bij het vaststellen van de vergoeding zullen gedupeerden de kans krijgen hun verhaal te doen zodat zij ‘het aangedane leed [kunnen] uiten en vast … laten leggen’12 en persoonlijke omstandigheden kunnen worden meegewogen door het IMG.
In de uitvoering van de versterkingsoperatie was een grotere rol weggelegd voor gedupeerden aangezien zij akkoord moesten gaan met wijzigingen aan hun woning. Inwoners uit Overschild en Opwierde-Zuid gaven aan dat deze inspraakmogelijkheden eerder werkten als ‘splijtzwam’;13 hoewel bewoners betrokken werden, werden zij volgens de Nationale ombudsman geacht te veel verantwoordelijkheid te nemen: ‘als zij wel inspraak hebben (wordt ons rijtje versterkt óf gesloopt) ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de burgers om er met elkaar uit te komen. Zij willen inspraak, zonder dat die inspraak de verhouding met andere bewoners op scherp zet.’14 SodM stelde dat veel animo bestond voor de voorgestelde ‘aannemersvariant’ van de versterking, ‘omdat het burgers vanaf de start betrekt in plaats van aan het eind van de beoordeling van woningen’.15 In de wettelijke verankering van de versterkingsoperatie zal bewoners ‘de ruimte [worden geboden] om te kiezen tussen uitvoering door NCG of zelf opdrachtgever zijn’.16 Ook in het bestuurlijke akkoord eind 2020 werd sterk ingezet op meer regie voor bewoners.17
De leefbaarheidsmaatregelen tot 2019 waren gericht op participatie en inbreng van bewoners, maar grotendeels van bovenaf geregisseerd waardoor eigenaarschap ontbrak.18 Binnen het Nationaal Programma Groningen wordt tevens veel aandacht besteed aan burgerparticipatie,19 vooral via het project Toukomst waar inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden werden gevraagd een toekomstbeeld te schetsen van de regio anno 2040, als ‘inhoudelijk fundament van Nationaal Programma Groningen’.20 Ook andere projecten dienen van onderop gedragen en bedacht te worden in plaats van opgelegd van boven:21 volgens het Programmakader is participatie eerste randvoorwaarde.22 In een critical review werd geconcludeerd dat ‘zeggenschap van inwoners’23 het succes van het NPG mede zal bepalen. Tegelijkertijd is de vraag of de wijze waarop de participatie van bewoners wordt gevraagd, zal resulteren in gevoelens van tevredenheid of juist teleurstelling, doordat bijvoorbeeld een selectie wordt gemaakt uit de verschillende voorstellen en niet alle ideeën kunnen worden uitgevoerd; de overheid had ook kunnen kiezen voor meer gerichte en begeleide ontwikkeling van initiatieven, in plaats van open inzendingen en selectie.24