Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.6.1.1
3.6.1.1 Voorstel voor een zesde richtlijn
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291343:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In gelijke zin: B.G. van Zadelhoff, Belastingplichtige in de BTW (FED Fiscale Brochures), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 29-30.
E. Bours, Rapport inzake de toepassing van de BTW op transacties in onroerende goederen binnen de Gemeenschap, Europese Commissie: Brussel 1971, p. 67-68.
E. Bours, Rapport inzake de toepassing van de BTW op transacties in onroerende goederen binnen de Gemeenschap, Europese Commissie: Brussel 1971, p. 100.
Vgl. E. Bours, Rapport inzake de toepassing van de BTW op transacties in onroerende goederen binnen de Gemeenschap, Europese Commissie: Brussel 1971, p. 95.
De zevende overweging in de considerans van het Voorstel voor een zesde richtlijn luidt: “Overwegende dat het begrip belastingplichtige nader moet worden omschreven door hierin met name bepaalde niet regelmatig verrichte handelingen op te nemen, ten einde een betere belastingneutraliteit te waarborgen;”.
Toelichting op art. 4 Voorstel voor een zesde richtlijn, V-N 1973/18A, p. 751: “Deze nieuwe definitie van belastingplichtigen getuigt van het streven de werkingssfeer van de belasting onder de toegevoegde waarde in overeenstemming met [het; MvdW] karakter van een algemene verbruiksbelasting uit te breiden tot elke vorm van economische bedrijvigheid, ongeacht de plaats waar deze wordt uitgeoefend, alsmede tot andere handelingen welke eveneens behoren tot een economische bedrijvigheid, maar die afzonderlijk of niet regelmatig kunnen worden verricht. De belastingheffing op dergelijke handelingen vloeit voort uit het streven naar neutraliteit van de belastingheffing, zulks met name op het gebied van de levering van onroerende goederen.”
Dat (alleen) deze vastgoedleveringen met name worden genoemd, is richtlijnhistorisch gezien te verklaren.1 Op verzoek van de Europese Commissie heeft Bours onderzoek gedaan naar de specifieke problemen van het betrekken van vastgoedtransacties in de btw. Bours meende dat de levering van een nieuw gebouw te allen tijde, dus ook indien zij door een particulier wordt verricht, belast moest zijn.2 Daarnaast meende Bours dat er geen bevredigende oplossing is voor het in de heffing betrekken van grond, maar het belasten van de levering van bouwterreinen acht hij een in overweging te nemen ‘oplossing’.3 Hoewel hij dit in zijn eindconclusie niet expliciet noemt, lijkt Bours van mening te zijn dat het beginsel van de fiscale neutraliteit eist dat ook een particulier voor de levering van een bouwterrein belastingplichtig is.4 Uit het Voorstel voor een zesde richtlijn blijkt dat de Europese Commissie voormeld advies van Bours heeft opgevolgd. In art. 4 lid 1 Voorstel voor een zesde richtlijn wordt namelijk voorgesteld om ook als belastingplichtige te beschouwen ‘ieder die slechts één van de in art. 4 lid 3 Voorstel voor een zesde richtlijn genoemde handelingen niet-regelmatig verricht’. In laatstgenoemde bepaling worden in onderdeel b en c de volgende leveringen genoemd:
de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het erbij behorend terrein, voordat het voor het eerst in gebruik is genomen (hierna ook: een nieuw gebouw);
de levering van een bouwterrein.
Zowel in de considerans5 als in de toelichting op art. 4 Voorstel voor een zesde richtlijn6 wordt het streven naar (een betere) fiscale neutraliteit als de reden genoemd voor de belastingplicht voor deze niet-regelmatig verrichte handelingen. Met deze ‘betere fiscale neutraliteit’ wordt bedoeld dat de levering van nieuwe gebouwen en de levering van bouwterreinen zowel door ondernemers als particulieren plaatsvindt en dat de belastingplicht voor de incidentele leveringen van nieuwe gebouwen en bouwterreinen ertoe leidt dat btw-behandeling van deze leveringen niet verschilt naargelang de leverancier een ondernemer of een particulier is.