Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/1.1
1.1 Aanleiding tot het onderzoek
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586853:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Timmerman 2012, p. 523; Zaman 2015.
Wuisman 2011; Tervoort 2013; Mathey-Bal 2016. Zie ook het op 17 maart 2017 verdedigde proefschrift van S.E. van der Waals, De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep. Confectie of maatpak?, serie vanwege het Van der Heijden Instituut, deel 139, Wolters Kluwer 2017, dat na afsluiting van mijn manuscript verscheen en verder buiten beschouwing blijft.
Van Olffen 2012a, par. 6.6; Werkgroep-Van Olffen 2016.
Cijfers ontleend aan Brood-Grapperhaus & Slagter 1988, p. 43.
Cijfers ontleend aan Assink | Slagter 2013, § 3.3, p. 74.
Cijfers ontleend aan de brief van de minister van Veiligheid en Justitie aan de voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 9 december 2016 inzake voortgang modernisering ondernemingsrecht, Kamerstukken II 2016-2017, 29 752, nr. 9, par. 2. In juni 2016 stonden er volgens Wuisman 2016, p. 44 in totaal 1620 maatschappen als ‘stille maatschap’ ingeschreven.
De samenleving verandert in hoog tempo en het recht staat voor de uitdaging dat tempo bij te houden. Het ondernemingsrecht vormt een factor die mede bepalend is voor de kansen, de welvaart en het welzijn van grote groepen mensen. Aanpassing van het ondernemingsrecht aan de maatschappelijke verandering is daarom van belang. Dit geldt ook voor het vennootschapsrecht, dat tot het ondernemingsrecht kan worden gerekend. Goed vennootschapsrecht sluit aan op de steeds veranderende economische realiteit van de wereld en hoort daarom gericht te zijn op innovatie.1
Met dit boek wil ik een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van het Nederlandse personenvennootschapsrecht. Ik wil iets toevoegen aan de inspanningen van anderen, waaronder Van der Grinten en Maeijer met hun ontwerpen, Wuisman, Tervoort en Mathey-Bal met hun dissertaties,2 Van Olffen met zijn burgerinitiatief,3 en de Hoge Raad die de laatste jaren veel goed werk heeft verzet, om zo spoedig mogelijk te komen tot een modern personenvennootschapsrecht. Aan vernieuwing op dit rechtsgebied bestaat dringend behoefte en de maatschappelijke betekenis van de personenvennootschap is aanzienlijk. Mij persoonlijk spreekt het onderwerp te meer aan, vanwege mijn interesse in zowel het ondernemingsrecht als het algemene vermogensrecht. Het personenvennootschapsrecht ligt op het snijvlak van die twee.
Ter onderstreping van het maatschappelijk belang van het onderwerp vermeld ik enkele gegevens over de ontwikkeling van het aantal personenvennootschappen en eenmanszaken gedurende de afgelopen 30 jaar:
Rechtsvorm
aantal in 1987
aantal in 2012
aantal in 2016
maatschap
-
32.441
35.280
VOF
49.032
162.893
172.184
CV
3.857
11.351
10.188
eenmanszaak
309.205
887.656
1.069.604
De cijfers uit 1987 zijn per 1 januari.4
De cijfers uit 2012 zijn per 1 juli.5
De cijfers uit 2016 zijn per 1 september.6
Deze cijfers zijn gebaseerd op het aantal inschrijvingen in het handelsregister. Voor 1987 ontbreken cijfers over de maatschap, want maatschappen werden toen nog niet ingeschreven. In 2012 gold inmiddels de huidige regel dat maatschappen die een onderneming drijven inschrijvingsplichtig zijn. Andere maatschappen zijn niet in de cijfers meegenomen.