De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/5.1:5.1 Inleiding
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631781:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt het fenomeen quasi-bestuurder nader bekeken aan de hand van diverse onderwerpen. Dit hoofdstuk en het vorige hoofdstuk vormen samen de basis voor de beantwoording van de onderzoeksvragen die zijn geformuleerd. In hoofdstuk zes zullen de belangrijkste analyses en antwoorden van de daaraan voorafgaande hoofdstukken bijeen worden gebracht.
In par. 4.14 heb ik aangegeven dat ik, in afwijking van wat uit de parlementaire geschiedenis en de literatuur als gangbare opvatting kan worden afgeleid, het uitoefenen door een persoon van beslissende invloed op het beleid, met de macht en ook met de intentie om dat te doen, als een kernelement zie van het begrip quasi-bestuurder. Dat betekent dat ook personen die als titulaire directeur of filiaalhouder onder verantwoordelijkheid van het formele bestuur functioneren, als quasi-bestuurder kunnen worden aangemerkt als zij (al dan niet tezamen met anderen) beslissende invloed op het beleid van de rechtspersoon hebben. Dus ook als zij binnen de grenzen van hun opdracht blijven en ook als op het aanwenden van die invloed nog een besluit van het formele bestuur volgt. De in par. 3.4 besproken rechtspraak laat een wisselend beeld zien.
In dit hoofdstuk komen onder meer de volgende vragen aan de orde. Kwalificeren leden van een Executive Committee die geen formele bestuurder zijn als quasi-bestuurder (par. 5.2)? Kan een vennootschap functioneren als deze enkel een volledig informele (bestuurs)structuur heeft (par. 5.3)? Wat is de positie van quasi-bestuurders in een enquêteprocedure (par. 5.4)? Hoe verhoudt zich de relatie tussen trustkantoren en quasi-bestuurders (par. 5.5)? Kan een rechtspersoon quasi-bestuurder zijn (par. 5.6)? Kan een bestuursverbod jegens een quasi-bestuurder worden uitgesproken (par. 5.7)? Kunnen de Staat, een Land, een Minister of een Gedeputeerde worden aangemerkt als quasi-bestuurder (par. 5.8)? Moet een quasi-bestuurder ook met een formele bestuurder gelijkgesteld worden als het gaat om de vraag welke rechter bevoegd is (par. 5.9)? Werkt een aan het bestuur verleende kwijting ook jegens een quasi-bestuurder (par. 5.10)?