Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.4.6:5.4.6 HR 27 november 2009 (Ontvanger/Van Kampen III): mag de ontvanger eigenbeslag leggen als verrekening op de voet van artikel 24 Iw 1990 niet is toegestaan?
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.4.6
5.4.6 HR 27 november 2009 (Ontvanger/Van Kampen III): mag de ontvanger eigenbeslag leggen als verrekening op de voet van artikel 24 Iw 1990 niet is toegestaan?
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS603554:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 5.4.3.
Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2007, V-N 2007/46.30.
Zie verder mijn JOR-noot onder nr. 2 e.v., waarin ik nader inga op de wijziging van art. 24 lid 1, eerste volzin, 1w 1990 per 1 januari 2008, die met name is gebaseerd op de aanname dat de ontvanger in deze gevallen eigenbeslag zou kunnen leggen. Zie voor kritiek op deze wetswijziging § 4.4, laatste deel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan Van Kampen werd op 4 september 1999 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premieheffing 1996 opgelegd ten bedrage van f 481.536 exclusief rente en kosten. Op diezelfde dag heeft de ontvanger voor die aanslag een dwangbevel uitgevaardigd en aan Van Kampen betekend. Vervolgens is door de ontvanger op grond van dit dwangbevel executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Rabobank op een bedrag van f 133.547,55. Op 20 april 1998 is dit bedrag door de ontvanger uitgewonnen. In kort geding heeft de rechtbank te 's-Hertogenbosch bij vonnis van 29 april 1999 bepaald dat, aangezien het dwangbevel onbevoegd was uitgevaardigd, het door de ontvanger gelegde derdenbeslag diende te worden opgeheven en het bij de Rabobank geïncasseerde bedrag door de ontvanger aan Van Kampen diende te worden terugbetaald. De ontvanger beriep zich primair op verrekening van de verplichting tot terugbetaling met een openstaande belastingaanslag. Dit beroep op verrekening viel niet te handhaven na het arrest Ontvanger/Van Kampen 11 waarin de Hoge Raad een dergelijke verrekening niet toestond. De ontvanger heeft vervolgens conservatoir eigenbeslag gelegd op de vordering van Van Kampen. In de onderhavige procedure vroeg de ontvanger een verklaring voor recht dat het hem vrijstond om voor zijn vordering voortvloeiend uit de aan Van Kampen opgelegde voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premieheffing 1996, conservatoir eigenbeslag te leggen op de vordering van Van Kampen op de ontvanger voortvloeiende uit het vonnis van 29 april 1999. De rechtbank te 's-Hertogenbosch wees deze verklaring voor recht bij vonnis van 15 maart 2002 toe.
Het Hof 2 behandelde in hoger beroep met name het verweer van Van Kampen, dat het handelen van de ontvanger bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan het actief zoeken naar mogelijkheden om onder de betalingsverplichting krachtens het vonnis van 29 april 1999 uit te komen. De ontvanger heeft daarbij, aldus Van Kampen ten onrechte gebruik gemaakt van het recht om beslag onder zichzelf te leggen. Het Hof neemt in de beoordeling, onder verwijzing naar het arrest Ontvanger/Van Kampen I, als uitgangspunt dat vast staat dat de vordering van Van Kampen, waar de ontvanger conservatoir eigenbeslag op heeft gelegd, niet verrekend kan worden met de vordering van de ontvanger op Van Kampen terzake van de onderhavige belastingvordering. Het Hof onderschrijft het oordeel van de president van de rechtbank te 's-Hertogenbosch in een vonnis van 16 september 1999, dat het 'ongerijmd en onaanvaardbaar' is als de ontvanger, die het betreffende bedrag in zijn macht heeft gekregen enkel op grond van het - in het vonnis van 29 april 1999 nietig geoordeelde dwangbevel en de daarop gebaseerde executiemaatregelen. De ontvanger zou de facto toch dat bedrag onder zich kunnen houden op grond van een eigenbeslag ter zake van dezelfde vordering waarvan is beslist dat deze zich niet voor verrekening leent. De omstandigheid dat de ontvanger na uitbetaling van het bedrag mogelijk conservatoir beslag zou kunnen leggen onder Van Kampen, doet hier volgens het Hof niet aan af. Evenmin acht het Hof relevant dat de ontvanger bij voldoening aan het vonnis van 29 april 1999 door terugbetaling van het betreffende bedrag aan Van Kampen zich geplaatst zag voor een aanzienlijk restitutierisico ingeval dat vonnis vernietigd zou worden. Dit - mogelijk reële - restitutierisico rechtvaardigt volgens het Hof niet het voornoemde gebruik van het beslagrecht door de ontvanger om aan de gevolgen van de tenuitvoerlegging van dit vonnis te ontkomen.
De Hoge Raad is het niet eens met het oordeel van het Hof. De mogelijkheid van eigenbeslag is volgens de Hoge Raad juist in de wet voorzien voor gevallen waarin de beslaglegger geen mogelijkheid heeft tot verrekening van het door hem verschuldigde met zijn vordering op de schuldeiser. In het onderhavige geval staat art 24 Iw 1990 in de weg aan verrekening van de vordering van de Ontvanger op Van Kampen met diens vordering tot teruggave van het gevorderde bedrag. Deze bepaling sluit volgens de Hoge Raad echter naar haar aard en strekking beslaglegging daarop niet uit. De Hoge Rad overweegt dat de ontvanger bovendien nog een zelfstandig andere belang bij het leggen van dit beslag had, omdat inmiddels onder hem derdenbeslag was gelegd ten laste van Van Kampen. De Hoge Raad acht voorts het oordeel van het Hof, dat het leggen van eigenbeslag door de ontvanger misbruik van recht opleverde, onbegrijpelijk Uitgangspunt dient volgens de Hoge Raad te zijn dat in beginsel beslag ter verzekering van het verhaal van een vordering mogelijk is op alle goederen van de schuldenaar en dat slechts onder bijzondere omstandigheden, waaromtrent het Hof niets heeft vastgesteld, het leggen van eigenbeslag misbruik van recht kan opleveren. De overwegingen van de Hoge Raad komen mij juist en overtuigend voor.3