Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/16.2.4.3
16.2.4.3 De AFM is wel bevoegd, maar houdt geen toezicht
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366370:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie AFM 2011 – 10 jaar AFM toezicht op openbare biedingen, p. 56.
Aldus Grundmann-van de Krol 2012-1, p. 477-478 en Doorman 2008-1, p. 631-632.
Besluit van 11 juni 2009, houdende regels voor het vaststellen van de op grond van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten op te leggen bestuurlijke boetes, Stb. 2009/329.
Deze bepaling geldt per 1 januari 2012 als gevolg van de inwerkingtreding van de Wijzigingswet Financiële Markten 2012 (Stb. 2011/610 en 671), zie eerder Beckers 2011, p. 391-392.
Opmerkelijk is eveneens dat de AFM geen toezicht houdt. In de parlementaire geschiedenis wordt omstandig uitgelegd waarom niet voor toezicht door de AFM is gekozen (§ 16.2.4.2). De AFM beschouwt dit kennelijk ook niet als haar taak:
“De AFM beperkt zich met betrekking tot de billijke prijs tot het toetsen van de transparantie omtrent de onderbouwing van de biedprijs. Deze toets houdt in dat de AFM controleert of de onderbouwing strookt met hetgeen daarover is bepaald in de Wft en het Bob. De AFM zal overigens geen inhoudelijk oordeel vellen over de billijke prijs nu ook dit tot de bevoegdheid van de Ondernemingskamer behoort.”1
Ik vraag mij af of deze zienswijze juist is. In de eerste plaats is er in de literatuur op gewezen dat art. 5:70 lid 2 Wft, dat de toezichtbevoegdheden van de AFM uitsluit voor wat betreft de biedplicht, slechts ziet op afdeling 5.5.1 Wft en niet op afdeling 5.5.4, waar de billijke prijs-regels zijn opgenomen.2 Terecht wordt hieruit geconcludeerd dat de AFM toezicht moet houden op de naleving van de billijke prijs-regels. Dat de OK als toezichthoudende autoriteit is aangewezen, doet daaraan niet af (§ 16.2.4.2). In de tweede plaats ontleent de AFM een toezichthoudende rol aan de bijlage bij art. 1:80 Wft, waarin staat dat overtreding van art. 5:80a lid 1 en 4 Wft met een bestuurlijke boete bestraft kan worden door de AFM. Bovendien staat de desbetreffende boetecategorie vermeld in het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector.3 Ook hieruit valt in ieder geval af te leiden dat de AFM bevoegd is, de rol van de OK als toezichthoudende autoriteit ten spijt. In de derde plaats kan de bevoegdheid van de AFM worden afgeleid uit het feit dat in art. 5:78a Wft4 de billijke prijsregels als marktregels worden aangeduid; het ligt dan voor de hand om de AFM daarop toezicht te laten houden, zoals zij ook doet terzake van de overige marktregels rondom openbare biedingen.