De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.6.7:5.6.7 Het niet-naleven van Europese subsidieverplichtingen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.6.7
5.6.7 Het niet-naleven van Europese subsidieverplichtingen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398480:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip onregelmatigheid komt uitgebreid aan de orde in paragraaf 5.7.52.
Zie wat betreft exportrestituties de Commissieverordening nr. 612/2009 en HvJEG 9 augustus 1994, C-347/93 (Boterlux), Jur. 1994, p. 1-3933, r.o. 34. Zie wat betreft de bedrijfstoeslag artikel 75 van de Commissieverordening nr. 1122/2009.
Zie paragraaf 5.7.7.
HvJEG 21 juni 2007, C-158/06 (Stichting ROM), Jur. 2007, p. 1-5103, AB 2007, 239, m.nt. H. Griffioen en W. den Ouden, r.o. 31.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien wordt geconstateerd dat een eindontvanger van de Europese subsidie de aan hem opgelegde subsidieverplichtingen niet heeft nageleefd, is sprake van een onregelmatigheid in de zin van de Verordening nr. 2988/95.1 Dit heeft tot gevolg dat het nationaal uitvoeringsorgaan daartegen zal moeten optreden door middel van maatregelen en sancties. Nationale uitvoeringsorganen zullen, afhankelijk van de fase waarin de niet-naleving wordt geconstateerd, besluiten de Europese subsidie niet te betalen, in te trekken ofwel administratieve sancties op te leggen. Hierop wordt in paragraaf 5.7.5 uitgebreid ingegaan. Op deze plek dient wel te worden vermeld dat in de meeste Europese landbouwsubsidieverordeningen is neergelegd dat overmacht een reden kan zijn om tot het oordeel te komen dat de niet-nakoming van een Europese subsidieverplichting niet aan de eindontvanger van de Europese subsidie kan worden tegengeworpen.2 Het begrip 'overmacht' moet blijkens de jurisprudentie van het Hof van Justitie echter beperkt worden uitgelegd, zodat daarvan vrijwel nooit sprake is.3
Verder is van belang dat indien tot de conclusie wordt gekomen dat geen sprake is van een voor de eindontvanger van de Europese subsidie kenbare subsidieverplichting, dit nog niet betekent dat de Europese subsidie niet kan worden ingetrokken en teruggevorderd. Uit het arrest Stichting ROM blijkt namelijk dat de eindontvanger van de Europese subsidie de intrekking en terugvordering van de Europese subsidie alleen kan aanvechten, indien hij met betrekking tot de rechtmatigheid van het gebruik van de Europese subsidie te goeder trouw was.4 Het staat volgens het Hof van Justitie aan de nationale rechter om te onderzoeken of aan deze voorwaarde is voldaan. Voorts dient rekening te worden gehouden met het belang dat de EU heeft bij de terugvordering van de steun.