Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.5.1:18.5.1 Verplicht of onverplicht?
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/18.5.1
18.5.1 Verplicht of onverplicht?
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS410256:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een rechtshandeling is onverplicht verricht als daartoe geen op wet of overeenkomst berustende verplichting bestaat.1 De voldoening van een opeisbare schuld kwalificeert als een verplichte rechtshandeling; de voldoening van een niet-opeisbare schuld wordt aangemerkt als onverplicht. Zowel het uitkeringsbesluit van de AV, als het goedkeuringsbesluit van het bestuur moet daarom worden aangemerkt als een onverplichte rechtshandeling.2 Er bestaat voor de AV, noch voor het bestuur een verplichting tot het nemen van het besluit. Integendeel, de wet schrijft voor dat uitkeringsbesluiten slechts onder bepaalde omstandigheden mogen worden genomen. De besluiten kunnen daarom worden vernietigd als aan de lichtere vereisten van art. 42 Fw is voldaan.
Ook het Hof Arnhem heeft uitdrukkelijk overwogen dat een uitkeringsbesluit van de AV een onverplichte rechtshandeling betreft: “[U]it het bepaalde in artikel 2:216 BW (dat de winst aan de aandeelhouders ten goede komt) [volgt] niet dat er een verplichting tot winstuitkering bestaat. Artikel 14 lid 2 van de statuten van [de vennootschap] bepaalt verder dat de winst ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders staat, die deze geheel of gedeeltelijk kan bestemmen tot vorming van of storting in een of meer algemene of bijzondere reservefondsen. Hieruit blijkt dat de algemene vergadering van aandeelhouders over de bestemming van de winst moet beslissen. Van een op wet op overeenkomst rustende verplichting tot winstuitkering is dus geen sprake. Het besluit om tot uitkering van dividend over te gaan, moet dan ook als een onverplichte rechtshandeling worden beschouwd.”3(Onderstr. JB)