De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.4.2.1:3.4.2.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.4.2.1
3.4.2.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393569:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In algemene zin zijn de Benelux-Overeenkomst en de Gemeenschappelijke bepalingen al in paragraaf 2.4.2 aan de orde geweest. Daar is ook – met instemming – Van Emden aangehaald: aan de Benelux-Overeenkomst is met name door de 1e en 2e Richtlijn het belang komen te ontvallen.1 Desondanks moet aan de overeenkomst en aan de Gemeenschappelijke bepalingen enige aandacht worden besteed. Zij bepalen immers nog steeds voor een deel de inhoud van de Wam.
De overeenkomst is een uiting van het naoorlogse ‘verlangen naar gelijkvormigheid in de rechtsbeginselen en de overeenstemming in de juridische oplossingen’2
voor de landen van de Benelux. De overeenkomst strekt tot de invoering van een verplichte verzekering van de aansprakelijkheid in verband met motorrijtuigen, ter bescherming van de belangen van de benadeelde. Daarbij harmoniseren de Gemeenschappelijke bepalingen niet de gehele verzekeringsplicht, maar slechts de voornaamste onmisbaar te achten regels. Nationale afwijkingen ten faveure van de benadeelde zijn echter toegestaan. En daarvan hebben de wetgevers ruim gebruikgemaakt.
Naast slachtofferbescherming heeft de overeenkomst tevens ten doel het vrije verkeer van personen en goederen tussen de drie landen te verbeteren door afschaffing van de grenscontrole op de verzekering.
Inmiddels is de Benelux-Overeenkomst ‘ingehaald’ door de opeenvolgende richtlijnen en moeten de Nederlandse, de Belgische en de Luxemburgse wetgever zich de vraag stellen of de overeenkomst niet beter zou kunnen worden opgezegd, al moet worden toegegeven dat art. 1, § 2 van de overeenkomst, die de Verdragsluitende Partijen de bevoegdheid laat om de Gemeenschappelijke bepalingen te vervangen door bepalingen die grotere waarborgen geven aan de benadeelden, de scherpe kantjes ervan afhaalt.