Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/2.3.4
2.3.4 Schade
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS366248:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
‘Dat de vaststelling van de precieze inhoud van beide categorieën van schade voor het overige aan de nationale wetgever is overgelaten, neemt niet weg dat, met uitzondering van onstoffelijke schade waarvan de vergoeding uitsluitend door het nationale recht wordt geregeld, er voor beide categorieën van schade een billijke en volledige vergoeding van de door een gebrekkig product veroorzaakte schade moet worden gewaarborgd. De toepassing van nationale regels mag namelijk geen afbreuk doen aan het nuttig effect van de richtlijn’ (HvJ EU 10 mei 2001, C-203/99, r.o. 27 (Veedfalds/ Århus Amtskommune)).
HvJ EU 5 maart 2015, ECLI:EU:C:2015:148, r.o. 47 (Boston Scientific Medizintechnik).
HvJ EU 5 maart 2015, ECLI:EU:C:2015:148, r.o. 49 (Boston Scientific Medizintechnik).
HvJ EU 5 maart 2015, ECLI:EU:C:2015:148, r.o. 55 (Boston Scientific Medizintechnik).
Lidstaten zijn verplicht deze franchise van 500 euro op te nemen. HvJ EU 25 april 2002, C-52/00 (Commissie/Frankrijk); HvJ EU 25 april 2002, C-154/00 (Commissie/Griekenland).
Artikel 9 van de Richtlijn beperkt het toepassingsbereik van de Richtlijn door limitatief te bepalen voor welke schade de gelaedeerde een vordering heeft op de producent. De schade die krachtens artikel 9 sub a voor vergoeding in aanmerking komt, is schade veroorzaakt door dood of lichamelijk letsel en schade veroorzaakt door beschadiging of vernietiging van een zaak die aan de gelaedeerde toebehoort, anders dan het gebrekkige product zelf. Het recht op materiele schadevergoeding dat voortvloeit uit deze twee categorieën mag niet worden beperkt door het nationale recht.1 Het recht op immateriële schadevergoeding wordt geheel gereguleerd door nationaal recht.
Schade veroorzaakt door dood of lichamelijk letsel moet, in het licht van de doelstellingen van bescherming van de veiligheid en gezondheid van consumenten, ruim worden uitgelegd, zo oordeelde het HvJ in de reeds beschreven zaak over de aansprakelijkheid voor pacemakers en implanteerbare defibrillatoren.2 Dit houdt in dat de schadevergoeding ‘al wat noodzakelijk is om de schadelijke gevolgen te verhelpen en om het veiligheidsniveau dat men overeenkomstig artikel 6, lid 1, van die richtlijn gerechtigd is te verwachten, te herstellen’.3 Op grond daarvan omvat de in artikel 9 genoemde schade veroorzaakt door dood of lichamelijk letsel ook een chirurgische ingreep ter vervanging van een gebrekkig product als die ingreep noodzakelijk is om het gebrek van het betrokken product te verhelpen.4
Schade veroorzaakt door beschadiging of vernietiging van een zaak die aan de gelaedeerde toebehoort, komt krachtens artikel 9 sub b alleen voor vergoeding in aanmerking indien dit type zaak gewoonlijk in de privésfeer wordt gebruikt of verbruikt, indien de gelaedeerde deze zaak ook in de privésfeer heeft gebruikt of verbruikt en indien de schade minimaal 500 euro bedraagt.5 Schade aan zaken die voor commerciële doeleinden worden gebruikt, komt derhalve niet voor vergoeding in aanmerking. Evenmin bestaat er aanspraak op zuivere vermogensschade. Schade die niet onder de reikwijdte van de Richtlijn valt, zal een gelaedeerde op grond van het nationale (buiten)contractuele aansprakelijkheidsrecht dienen te verhalen.
Zoals reeds aan de orde kwam, hebben de lidstaten de mogelijkheid om de totale schadevergoedingsplicht te limiteren tot 70 mln. euro.