Beginsel en begrip van verdeling
Einde inhoudsopgave
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/1.3:1.3 Opzet
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/1.3
1.3 Opzet
Documentgegevens:
mr. T.H. Sikkema, datum 01-06-2018
- Datum
01-06-2018
- Auteur
mr. T.H. Sikkema
- JCDI
JCDI:ADS343140:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:185 BW respectievelijk art. 4:1167 OBW.
Dit laat onverlet dat bepaalde uitkomsten van dit onderzoek relevantie kunnen hebben voor verdelingen anders dan bij onderlinge overeenstemming, zoals bijvoorbeeld de verdeling door de rechter.
De hier bedoelde fiscale aspecten hebben met name betrekking op de voormalige Registratiewet 1917 en de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970.
Zie par. 1.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze studie is gericht op de rechtshandeling van verdeling volgens het civiele recht. Binnen deze studie zal de focus liggen op het onderzoek naar de inhoud en reikwijdte van de rechtshandeling van verdeling. Daarbij zullen het grondbeginsel van verdeling en het wettelijke verdelingsbegrip van art. 3:182 BW als referentiepunten dienen.
Het onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de verdeling bij onderlinge overeenstemming. Een bespreking van de niet-contractuele verdeling, zoals de verdeling door de rechter en de ouderlijke boedelverdeling,1 zal derhalve achterwege blijven.2
Hoewel deze studie van civielrechtelijke aard is, zullen in het onderzoek tevens voor de vaststelling van de inhoud en reikwijdte van verdeling relevante fiscale aspecten aan de orde worden gesteld. Zo zal worden teruggegrepen op fiscale jurisprudentie en literatuur voor zover deze vanwege de wisselwerking tussen het civiele en fiscale recht hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het wettelijke verdelingsbegrip.3
Gelet op de geformuleerde probleemstelling vallen vele aan verdeling gerelateerde onderwerpen buiten de beschouwing van dit boek. Zo is dit onderzoek er niet op gericht om uitspraken te doen over de positie van deelgenoten ten opzichte van derden, over nietige en vernietigbare rechtshandelingen of over de gevolgen van een verkrijging krachtens verdeling voor de aard van de gemeenschap. Aan andere dan uit de probleemstelling voortvloeiende, met de contractuele verdeling samenhangende civielrechtelijke aspecten zal geen aandacht worden besteed, anders dan op incidentele basis.
De doordenking van de hierboven aangegeven problematiek zal plaatsvinden naar Nederlands recht. Bij deze doordenking zal gebruik worden gemaakt van rechtsvergelijking.4
Verschillende voor de inhoud en reikwijdte van verdeling relevante (deel)aspecten zullen in afzonderlijke kaders worden behandeld en beschreven. Het zijn deze kaders die uiteindelijk de rechtstheoretische afbakening van de rechtsfiguur van verdeling vormen.