De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.4.5:12.4.5 Toerekening bij vermogensbeheer?
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.4.5
12.4.5 Toerekening bij vermogensbeheer?
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372416:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals Doorman 2008, p. 512 en ESME 2009 – Opinion on disaggregation, p. 3 stilzwijgend aannemen.
Art. 5:45 lid 9 Wft, zie daarover eerder Beckers 2010-2, p. 218-219.
Busch/Grundmann-van de Krol 2009, p. 7-8 en Grundmann-Van de Krol 2012-1, p. 115-116.
Bij vermogensbeheer zoals bedoeld in art. 1:1 Wft is die verplicht, zie art. 4:89 lid 2 Wft jo art. 168 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Bgfo Wft).
Grundmann-Van de Krol 2012-1, p. 115-116 (voetnoot 446).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een vooralsnog onbeantwoorde vraag is of de stemrechten die aan de aandelen zijn verbonden die vermogensbeheerders houden voor cliënten kunnen worden toegerekend.1 Een expliciete regeling zoals in het kader van de meldingsplicht van hoofdstuk 5.3 Wft2 ontbreekt.
Doorgaans zal de vermogensbeheerder de stemrechten kunnen uitoefenen in de zin van de definitie van overwegende zeggenschap. Hij is immers degene die de onderliggende aandelen beheert. Uitgaande van de Wft-definitie behelst vermogensbeheer het op discretionaire basis voeren van het beheer over financiële instrumenten of middelen ter belegging daarin. Op discretionaire basis verwijst naar het zogenaamde vrije hand-vermogensbeheer.3 Daaronder wordt verstaan dat een belegger het beheer over zijn vermogen overlaat aan de vermogensbeheerder.
In de praktijk komt ook wel voor dat in de beheersovereenkomst45 Bedacht moet worden dat ook in dat geval de vermogensbeheerder het stemrecht “kan uitoefenen” in de zin van de definitie van overwegende zeggenschap. Denkbaar is wel dat van onderling overleg kan worden gesproken op basis van de beheersovereenkomst. De stemrechten die de vermogensbeheerder kan uitoefenen worden in dat geval toegerekend aan de desbetreffende cliënt. De stemrechten die zijn verbonden aan aandelen die voor andere cliënten worden gehouden blijven in beginsel daarbuiten (vgl. § 12.2.4.4).