Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/5.5:5.5 Conclusie
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/5.5
5.5 Conclusie
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657500:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in vergelijkbare zin, Lindenbergh 2007, p. 15-19.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kort en goed, er is dus genoeg reden om aan te nemen dat de strekking van de norm door alle facetten van het schadevergoedingsrecht een rol speelt. Dat betekent in het geheel niet dat nu alle leerstukken maar overboord moeten worden gezet ten faveure van dat van ‘de strekking van de norm.’ Zo in het luchtledige is dat leerstuk veel te vaag en laat het bovendien onvoldoende ruimte aan de billijkheidsoverwegingen die extern zijn aan de norm, maar soms wel nodig zijn. Het betekent veel eerder dat de bestaande leerstukken nadrukkelijker benaderd moeten worden vanuit dat perspectief. Op die manier wordt veel duidelijker waar de rechter normatieve keuzes moet maken en waar niet.
Voor het grootste deel is de invloed van die norm direct en voorspelbaar. Toepassing van een door de norm geïnformeerde causaliteitstoets is daartoe een belangrijke eerste stap. Door steeds een verband te zoeken tussen het onrechtmatige element en de schade wordt het net al veel minder breed geworpen dan wel gedacht wordt. De relativiteit trekt die lijn vervolgens door om bepaalde type schades buiten de deur te houden. Hoewel dat een zekere uitleg van de norm eist en bij uitleg altijd bewegingsruimte ontstaat, is de uitwerking van dit leerstuk vaak goed voorspelbaar.
Als daarna nog behoefte bestaat aan een verdere nuancering, dan neemt de invloed van norm af en die van de billijkheid toe. Anders dan gemeend wordt, denk ik niet dat deze oordelen helemaal los kunnen worden gezien van de geschonden norm. De norm kan namelijk veel informatie geven over welke billijkheidsoverwegingen in een concreet geval een rol kunnen spelen.1 Soms is de vraag vooral of de schade in dit geval niet te ver verwijderd is van de normschending, terwijl in andere gevallen de vraag is of de eiser eigenlijk wel werd beschermd door de norm. Toerekening op basis van de voorzienbaarheid van de schade ligt nu eenmaal meer voor de hand wanneer de norm tegen voorzienbare schade beoogde te beschermen dan wanneer de norm een stringente veiligheidsnorm betreft ten aanzien van gevaarlijke stoffen waar juist vanwege de lastig te voorziene gevolgen veilig mee omgegaan moet worden. De norm biedt veel informatie over welke normatieve keuzes wanneer gemaakt moeten worden.