Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/4.5.4
4.5.4 De aard van de activiteit
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS583943:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Brunner 1981a, p. 234.
Brunner 1981a, p. 233.
Evenzo Klaassen 1991, p. 286 en Holthuijsen-van der Kop 2015, p. 523. Eventueel zou in dit verband gedacht kunnen worden aan HR 10 februari 2017,NJ 2018/115 (Avi/Van Adrighem) waarin de Hoge Raad oordeelde dat “de omstandigheid dat de contractspartij bij de tekortkoming waarvoor aansprakelijkheid bestaat, niet uit eigen belang heeft gehandeld van belang kan zijn bij de beantwoording van de vraag welk verband in de omstandigheden van het geval is te eisen;” (rov. 4.2.2). Het ging in deze zaak in zoverre om de aard van de activiteit nu van belang kon zijn dat sprake was van een activiteit die niet in eigen belang werd verricht. Zie over deze zaak nader: nr. 516.
Neleman 1987, p. 43 e.v.
Klaassen 1991, p. 286, Klaassen 2017 noemt deze factor niet meer.
Holthuijsen-van der Kop 2015, p. 523.
238. De aard van de activiteit die de schade veroorzaakt, is de relevante factor bij de derde deelregel in het kader van de aard van de aansprakelijkheid:
Schade die is veroorzaakt in de uitoefening van een bedrijf kan ruimer worden toegerekend. Als schade in de uitoefening van een beroep is veroorzaakt, dan is dat een neutrale omstandigheid. Minder ruim kan worden toegerekend schade die is veroorzaakt in het kader van het privéleven van particulieren.1
239. Brunner onderbouwde deze regel niet aan de hand van jurisprudentie en noemde haar speculatief.2 Ook na Brunners publicatie is de regel niet in haar algemeenheid door de Hoge Raad bevestigd.3
240. In de literatuur bestaat enig verschil van mening of de aard van de activiteit relevant is bij de toerekening van schade. Sieburgh lijkt Brunners deelregels in het algemeen en deze regel in het bijzonder te onderschrijven.4Neleman kon zich in deze regel vinden.5 Klaassen6 en Holthuijsen-Van der Kop7 zijn van mening dat deze regel niet geldt. Bij deze laatste auteurs sluit ik mij aan. Ik heb voor deze regel geen steun in de jurisprudentie kunnen vinden. Ook is zij minder goed ermee te rijmen dat, zoals ik in dit boek zal betogen, bij de schadetoerekening het primaat dient te liggen bij de met de geschonden norm beoogde bescherming. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan een heel bijzondere aard van de activiteit voor de schadetoerekening wellicht mogelijk van belang zijn.