Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.6
5.2.6 De (mogelijke) gevolgen van (dreiging met) aansprakelijkstelling van OK-functionarissen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652201:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 8 juli 2019 (r.o. 3.18), JOR 2019/279, m.nt. M.H.C. Sinninghe Damsté (DEM). Zie ook OK 14 december 2007 (r.o. 3.4), JOR 2008/34, m.nt. M.W. Josephus Jitta (e-Traction), waarin de Ondernemingskamer overwoog dat het aansprakelijk stellen van OK-functionarissen ‘reeds in het algemeen (…) niet wel kan worden aanvaard.’
Zo ook Geerts (onder 4) in zijn annotatie bij OK 26 mei 2003, Ondernemingsrecht 2003/38 (Makelaardij Huis 77); Van Hassel 2009, p. 5-6; Bartman & Holtzer 2010, p. 84; Fleming 2010, p. 129-130; Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 26; Josephus Jitta 2011b, p. 530; Eikelboom 2012, p. 110; Olden (onder 8) in zijn annotatie bij OK 14 oktober 2011, JOR 2012/10 (MEI); Buijn & Storm 2013, p. 1091; Borrius 2015, p. 73; Holtzer (onder 3-4) in zijn annotatie bij OK 26 november 2015, JOR 2016/32 (ZED+); Makkink 2016, p. 257-258; Borrius 2017a, p. 289; FD 4 februari 2017; Lemstra 2017, p. 280-284; Borrius 2018, p. 437; Lafarre e.a. 2018, p. 15, p. 120-122 en p. 132-133; Makkink 2018, p. 378; Storm 2018, p. 465-466; FD 10 mei 2019; Sinninghe Damsté (onder 7) in haar annotatie bij OK 8 juli 2019, JOR 2019/279 (DEM); Duynstee & Drenth 2021, p. 238-240; Eikelboom, GS Rechtspersonen, art. 2:356 BW, aant. 8.5 (2021); Olden 2022, p. 857 e.v.; Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 819; Witteveen 2022, p. 1516-1517. Zie ook Kamerstukken II 2013/14, 34011, 3, p. 21.
Zie bijv. OK 26 mei 2003, ARO 2003/89; Ondernemingsrecht 2003/38, m.nt. P.G.F.A. Geerts (Makelaardij Huis 77); OK 14 december 2007, JOR 2008/34, m.nt. M.W. Josephus Jitta (e-Traction); OK 12 november 2019, JOR 2020/146, m.nt. C.J. Scholten (onder JOR 2020/147) (Vermeulen).
Olden 2009, p. 130; Eikelboom 2012, p. 111; Borrius 2015, p. 73; De Leeuw 2016, p. 58; Eikelboom 2017, p. 543. Volgens Croiset van Uchelen 2008, p. 215 zal het in de praktijk met de beïnvloeding door die angst voor aansprakelijkheid wel meevallen.
Eikelboom 2017, p. 546-547. Instemmend De Haan (onder 6) in zijn annotatie bij OK 4 juni 2019, JOR 2020/29 (Gierkink Beheer).
Te Winkel & Van de Graaff 2015, p. 234.
In DEM overwoog de Ondernemingskamer dat naar haar waarneming OK-functionarissen in toenemende mate lijken te worden geconfronteerd met aansprakelijkstellingen. OK-functionarissen werken in een omgeving waarin orde op zaken moet worden gesteld en waarin zij tegenwerking kunnen ondervinden, terwijl zij tevens met het oog op de continuïteit van de onderneming beslissingen moeten nemen, waaraan risico’s zijn verbonden. Voor de juiste toepassing van het enquêterecht en de effectiviteit van de te treffen voorzieningen is het van belang dat er voldoende geschikte personen bereid zijn de functie van OK-functionaris te vervullen.1 (Dreiging met) aansprakelijkstelling van OK-functionarissen kan het vinden van OK-functionarissen in de toekomst lastig(er) maken, en de effectiviteit van het enquêterecht onder druk zetten.2
Hiernaast kan de (dreiging met) aansprakelijkstelling van OK-functionarissen in individuele enquêteprocedures gevolgen hebben. OK-functionarissen kunnen verzoeken te worden ontheven uit hun functie, vanwege de daaraan verbonden risico’s. Uit de jurisprudentie zijn hier enkele voorbeelden van bekend.3 Dit brengt kosten en tijdverlies met zich, voor de rechtspersoon of een ander die de beloning van de OK-functionaris financiert of voor de OK-functionaris. Diens ontheffing voorkomt overigens niet dat de OK-functionaris later in een aansprakelijkheidsprocedure wordt betrokken: ook na diens zittingsduur kan een OK-functionaris aansprakelijk worden gesteld.
Verder is er het gevaar dat OK-functionarissen bij (dreiging met) aansprakelijkstelling handelen conform de wensen van diegene die dreigt met aansprakelijkstelling of de OK-functionaris aansprakelijk stelt (‘agressor’).4 Het handelen van de OK-functionaris dient daarmee niet noodzakelijk het belang van de rechtspersoon. Wordt duidelijk dat de OK-functionaris op een bepaalde wijze heeft gehandeld, onder druk en enkel om tegemoet te komen aan de wensen van de agressor, dan kan dit het risico op de vaststelling van aansprakelijkheid van de OK-functionaris mijns inziens vergroten.
Een laatste gevaar, waar Eikelboom op heeft gewezen, is het gevaar dat beslissingen van OK-functionarissen onder dreiging met aansprakelijkstelling worden uitgesteld, om guidance van de Ondernemingskamer te verkrijgen (par. 5.2.7.16), terwijl (langer) uitstel eigenlijk niet meer wordt geduld. Ook kan een OK-functionaris sterker gaan leunen op adviezen van een door hem ingeschakelde advocaat, die niet het belang van de onderneming behartigt, maar risico’s voor zijn cliënt vermijdt. Dit kan een dempende invloed hebben op de bereidheid van een OK-functionaris besluiten te nemen.5 Te Winkel en Van de Graaff schrijven dat de aansprakelijkstelling van OK-functionarissen door een aandeelhouder bovendien een effectief middel kan zijn om een dividenduitkering te voorkomen, om daarmee een andere aandeelhouder (die bijvoorbeeld behoefte heeft aan liquiditeit om zijn proceskosten te kunnen dekken) te dwarsbomen.6