De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.2.1:10.2.1 De bevoegdheden van het OM in het rechtspersonenrecht
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.2.1
10.2.1 De bevoegdheden van het OM in het rechtspersonenrecht
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS373450:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 22.
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 747.
Art. 2:297 lid 1 en 2 BW.
Art. 2:298 BW.
De Meijer, diss. (2003), p. 452.
Rb. Rotterdam 3 februari 2017, JOR 2017/180 m.nt. Kraaipoel (Het Openbaar Ministerie/ZSV Wonen II BV). Zie § 10.5.3.2.
Kamerstukken II 2013-2014, 34 011, nr. 3 (MvT), p. 2.
Kamerstukken II 2013-2014, 34 011, nr. 3, (MvT), p. 4.
De Meijer, diss. (2003), p. 366.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 124 RO belast het OM als hoeder van het algemeen belang niet alleen met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, maar ook met de civielrechtelijke handhaving daarvan. Een van de civiele deelterreinen waar het OM taken en bevoegdheden heeft, is het rechtspersonenrecht. Het rechtspersonenrecht zal men niet snel associëren met het algemeen belang. Het richt zich met name op het belang van de rechtspersoon en de bij hem betrokkenen. Het maatschappelijk belang speelt binnen het rechtspersonenrecht slechts zijdelings een rol.1 Die zijdelingse rol blijkt onder meer uit het feit dat in Boek 2 BW maar weinig bevoegdheden zijn toegekend aan het OM.
Een van de bevoegdheden van het OM in het rechtspersonenrecht is het verzoeken van een enquête. De A-G bij het ressortparket kan op grond van art. 2:345 lid 2 BW een enquêteverzoek indienen om redenen van openbaar belang. Art. 2:355 lid 1 BW geeft de A-G de bevoegdheid om voorzieningen te verzoeken om redenen van openbaar belang. Voorts biedt art. 2:356 BW de A-G de mogelijkheid ontbinding van de rechtspersoon te verzoeken om redenen van openbaar belang indien uit het onderzoek van wanbeleid is gebleken.
Wanneer de A-G een enquêteverzoek indient om redenen van openbaar belang, treedt het OM op als partij. Art. 43 lid 1 Rv bepaalt dat wanneer het OM als partij optreedt, de inleiding en behandeling van de zaak volgens de gewone regels plaatsvinden. Dit betekent dat de gewone procedurevoorschriften van de enquêteregeling van Boek 2 BW van toepassing zijn. Het OM kan bij de OK zonder advocaat optreden, in cassatie kan dit niet (art. 43 lid 2 Rv).2
Het OM beschikt nog over een aantal andere civielrechtelijke toezichtbevoegdheden die ‘in de hoek van het enquêterecht’ zitten. Zo is het OM een rol toebedeeld bij toezicht op het beleid van stichtingen. Het OM kan via de rechtbank inzage in boeken, bescheiden en andere gegevens dragers van de stichting afdwingen indien er gegronde redenen tot twijfel bestaan of de wet en statuten ter goeder trouw worden nageleefd dan wel of het bestuur naar behoren wordt gevoerd.3 Een bestuurder die niet of niet behoorlijk voldoet aan het inlichtingenverzoek, iets doet of nalaat in strijd met wet of statuten, dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer, kan op verzoek van het OM door de rechter worden ontslagen.4
Het OM is daarnaast een rol toebedeeld in het faillissementsrecht om benadeling van schuldeisers en misbruik van rechtspersonen, meer in het bijzonder van het faillissement, tegen te gaan.5 Het OM heeft op grond van art. 1 lid 2 Fw de mogelijkheid om een faillissementsaanvraag te verzoeken ‘om redenen van openbaar belang’. Het OM kan bijvoorbeeld optreden wanneer de belangen van een grote groep kwetsbare personen in het geding is als gevolg van de financiële situatie waarin de vennootschap verkeert.6 Daarnaast is het OM bevoegd om een verzoek tot het opleggen van een bestuursverbod in te dienen bij de rechter. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende een termijn van maximaal vijf jaren niet als bestuurder of commissaris van een private rechtspersoon fungeren. Dit draagt bij tot een preventieve bestrijding van fraude en bevordert een eerlijk handelsklimaat.7Art. 106a Fw bevat de gronden voor het civielrechtelijk bestuursverbod. Die gronden brengen allen tot uitdrukking dat er sprake moet zijn van een ernstig persoonlijk verzuim van de bestuurder, zoals in geval van bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:138/248 BW. De bevoegdheid van het OM is bedoeld voor specifieke gevallen waarin het algemeen belang in het geding is, zoals bij seriële beroepsfraudeurs.8
Naast voornoemde instrumenten kan het OM op grond van art. 2:448 BW lid 1 sub b BW (art. 999 lid 2 oud Rv) om redenen van openbaar belang vorderen dat een rechtspersoon zijn jaarstukken inricht overeenkomstig een bij rechtelijk bevel gegeven aanwijzing. Het OM is voorts bevoegd om in een aantal gevallen de ontbinding van een rechtspersoon te verzoeken.9 Bij deze bevoegdheden is het vereiste openbaar belang niet in de wet opgenomen, maar het dient er wel in te worden gelezen.10