Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/6.1:6.1 Inleiding
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648736:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het is nadrukkelijke niet de bedoeling geweest om een uitputtende uitwerking te maken van alle mogelijke praktijksituaties die zich voor zouden kunnen doen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken is de Nederlandse vrijstellingsregeling in al haar facetten geanalyseerd om te bezien waar de knelpunten van deze regeling zitten. In dit hoofdstuk staat de toepassing van de regeling centraal. Ter onderbouwing van de veronderstelling dat het 403-regime tot onduidelijkheid leidt, zal in dit hoofdstuk nader worden ingegaan op de werking van de vrijstellingsregeling van artikel 2:403 BW in een select aantal praktijksituaties.1
In eerdere hoofdstukken is duidelijk geworden dat de regeling van artikel 2:403 BW en 2:404 BW diverse onhebbelijkheden in zich bergt. Wanneer daar in de praktijk een mouw aan wordt gepast, kan ook een regeling met schoonheidsfoutjes prima dienst doen in de praktijk. Om maar vast op de zaken vooruit te lopen: bij de groepsvrijstellingsregeling is dit helaas niet het geval. De praktijk (rechtspraak) is er niet in geslaagd om de groepsvrijstellingsregeling te laten evolueren naar een duidelijke en soepel werkende regeling. Dat is jammer. Tot op de dag van vandaag is de groepsvrijstellingsregeling die is neergelegd in artikel 2:403 BW en artikel 2:404 BW een bron van onduidelijkheden. En ten gevolge daarvan een bron van juridische procedures.
Na lezing van dit hoofdstuk zal duidelijk zijn dat de toepassing van de rechtsfiguur hoofdelijkheid binnen de vrijstellingsregeling de oorzaak is van de voornaamste knelpunten van de groepsvrijstellingsregeling.