Waarde en erfrecht
Einde inhoudsopgave
Waarde en erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2008/9.3:9.3. Rechtseenheid, economische waarde en verdelingswaarde
Waarde en erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2008/9.3
9.3. Rechtseenheid, economische waarde en verdelingswaarde
Documentgegevens:
prof. dr. mr. W. Burgerhart, datum 31-12-2007
- Datum
31-12-2007
- Auteur
prof. dr. mr. W. Burgerhart
- JCDI
JCDI:ADS620421:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor het overige verwijs ik naar mijn bevindingen dienaangaande in de hoofdstukken 5, 6 en 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het kader van het onderzoek naar de waarde – van een onderneming – in het erfrecht heb ik in hoofdstuk 8 verslag gedaan van mijn bevindingen met betrekking tot de rechtseenheid betreffende dat begrip in het erfrecht, het huwelijksvermogensrecht en de successiebelastingen. De rechtseenheid tussen beide laatstgemelde rechtsgebieden heb ik niet beproefd; het zou mij voor het waardebegrip in het erfrecht niet verder hebben gebracht.
In paragraaf 4 van gemeld hoofdstuk heb ik met betrekking tot de rechtseenheid van het waardebegrip het volgende – kort weergegeven – geconcludeerd. Voor een uitgebreidere uiteenzetting verwijs ik naar hoofdstuk 8.
Toegespitst op de beide in het erfrecht voorkomende waardebegrippen, te weten de economische waarde en de verdelingswaarde, ben ik tot het volgende gekomen. De economische waarde als begrip komt zowel in de successiebelastingen als in het huwelijksvermogensrecht voor; in de SW is dat het enige waardebegrip terwijl het in het huwelijksvermogensrecht ‘opgaat’ in de verdelingswaarde, op de wijze zoals in paragraaf 2 geschetst. De verdelingswaarde is als begrip in het huwelijksvermogensrecht maar niet in de SW aanwezig.
De conceptuele waardebegrippen voor de successiebelastingen en voor de legitiemeregeling komen naar mijn mening overeen. Zowel de maatstaf van heffing voor de SW als de legitieme portie wordt bepaald aan de hand van de objectieve waarde in het economische verkeer, de economische waarde. Voor de goede orde merk ik – nogmaals – op dat waarderingsforfaits en -faciliteiten aan de overeenkomst tussen de waardebegrippen geen afbreuk doen. In de volgende paragraaf zal in aan de hand van mijn bevindingen in de hoofdstukken 5 en 7 een schets geven van enige voor de waarderingsmaatstaf waarde in het economische verkeer relevante uitgangspunten en (objectieve) factoren.
De verdelingswaarde als begrip heeft zowel een plaats in het huwelijksvermogensrecht als in het erfrecht, zij het dat rechtseenheid en begripsconvergentie in deze rechtsgebieden naar mijn mening ontbreken. Indien men met mij aanneemt dat deze waarde als het ware uit de verbintenisrechtelijke en/of goederenrechtelijke rechtsverhouding tussen de deelgenoten voorvloeit, wekt deze conclusie geen verbazing. De beide rechtssferen zijn immers niet identiek; de in aanmerking te nemen verdelingswaarden kunnen derhalve verschillen. Dit sluit evenwel niet uit dat factoren die in een verdeling van een huwelijksgemeenschap een waardebepalende rol kunnen vervullen, dat niet ook in de verdeling van een nalatenschap kunnen doen. Of en in welke mate zij dat in deze verdeling kunnen en zullen doen, kan mijns inziens niet zonder meer aan huwelijksvermogensrechtelijke rechtsbronnen worden ontleend. Op deze waardebepalende factoren, voor zover voor de waarde van een onderneming relevant, kom ik nog terug in paragraaf 5.
Een vraagstuk van andere aard dan de rechtseenheid en de begripsconvergentie in vorenbedoelde zin maar daarmee wel verwant, betreft het belang en de invloed van waardebegrippen, waarderingsmethoden en/of waarderingsfactoren in de aan het erfrecht ‘voorafgaande’ of ‘anterieure’ rechtssferen op de bij de afwikkeling van een nalatenschap in aanmerking te nemen waarde(n). Met voorafgaande rechtssferen doel ik op rechtssferen die ten tijde van erflaters overlijden reeds bestaan en mede van invloed (kunnen) zijn op de erfrechtelijke rechtssfeer, waarbij kan worden gedacht aan een huwelijksvermogensrechtelijke maar ook aan een vennootschapsrechtelijke sfeer. Pacht- en huurovereenkomsten kunnen ook een dergelijke sfeer creëren. Vorenbedoeld belang voor en invloed op de erfrechtelijke rechtssfeer worden bevestigd door het onderhavige onderzoek; zij zullen als objectieve factoren mede de economische waarde kunnen bepalen en, al dan niet via deze waarde, als waardebepalende factor mede op een verdelingswaarde in een nalatenschap van invloed kunnen zijn. Anterieure rechtssferen kunnen de omvang en de samenstelling van een nalatenschap alsmede de waarde van de daartoe behorende goederen en schulden mede bepalen. De aanwezigheid van anterieure rechtssferen als waardebepalende factor zegt – vanzelfsprekend – niets over de concrete invloed daarvan. In de volgende paragrafen zal deze factor nog op onderdelen naar voren komen.1 Ook voor zover ik daar niet expliciet op terug kom of daarvan melding maak, mag worden aangenomen dat deze telkens als waardebepalende factor aanwezig zijn.