De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.4:6.2.4.4 Sancties in verband met niet-naleven van schaderegelingsprocedures
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.4.4
6.2.4.4 Sancties in verband met niet-naleven van schaderegelingsprocedures
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394810:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Bureau is - op grond van art. 22 jo. 19 van de Richtlijn - evenals een verzekeraar gehouden de benadeelde binnen drie maanden na diens verzoek om schadevergoeding hetzij een onderbouwd aanbod te doen, dan wel gemotiveerd aan te geven waarom dat nog niet mogelijk is. Deze verplichting dient met sancties te zijn versterkt.1 Er zij aan herinnerd dat, in het kader van de 4e Richtlijn, voor de vraag welke sancties toegepast kunnen worden naar moet worden aangenomen het recht van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar moet worden geraadpleegd.2 Dat is het recht van een andere lidstaat dan die van woonplaats van de benadeelde. Op het Bureau is het regime van zijn eigen lidstaat van toepassing en dat is (doorgaans) dat van de woonplaats van de benadeelde.
Bij deze sancties kan sprake zijn van bestuursrechtelijke (waaronder financiële) zowel als civielrechtelijke gevolgen, waarbij vooral kan worden gedacht aan de door art. 22, tweede alinea voorgeschreven vertragingsrente.
Voor zover de schaderegeling door de verzekeraar is opgedragen aan de op zijn verzoek aangestelde correspondent en deze de door de nationale wetgeving ter uitvoering van de op grond van art. 22 jo. 19 van de Richtlijn voorgeschreven procedures niet naleeft, zal de eventuele sanctie aan het Bureau worden opgelegd. Het Bureau kan deze sancties - als de correspondent deze niet restitueert - verhalen op het garanderend Bureau. Er zij uitdrukkelijk op gewezen dat deze regel niet alleen geldt voor correspondenten die zijn aangesteld door verzekeraars uit de lidstaten, maar ook als de verzekeraar in een niet-lidstaat is gevestigd. De sanctieverplichtingen rusten immers op grond van nationale wetgeving op het Bureau en zijn niet afhankelijk van de vraag of de verzekeraar die uiteindelijk dekkingsplichtig is, in een lidstaat is gevestigd.
Is het Bureau zelf belast met de schaderegeling (omdat de verzekeraar geen correspondent heeft aangesteld, of omdat het aansprakelijke voertuig onverzekerd is en het 'regelend' Bureau rechtstreeks voor rekening van het garanderend Bureau optreedt) dan is het doorgaans zelf voor eventuele sancties verantwoordelijk. Hetzelfde geldt als het Bureau een derde partij met de feitelijke schaderegeling heeft belast. Anders zal dit naar mijn mening zijn als de verzekeraar of het garanderend Bureau het 'regelend' Bureau niet in staat heeft gesteld gemotiveerd te reageren.
Daarvan zal echter niet spoedig sprake zijn. Heeft het garanderend Bureau immers niet binnen drie maanden dekking of zijn garantie bevestigd, dan mag deze door het 'regelend' Bureau worden aangenomen. Zie paragraaf 4.53.5 voor de termijn waarbinnen de geldigheid van de groene kaart moet worden bevestigd en paragraaf 4.5.4.4 voor de situatie dat moet worden vastgesteld of het aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald op het grondgebied van een land waarvan het Bureau de Multilateral Agreement heeft ondertekend.