Einde inhoudsopgave
Het opportuniteitsbeginsel en het recht van de Europese Unie 2014/1.4.5
1.4.5 Rechtsvergelijkend onderzoek
Dr. W. Geelhoed LL.M., datum 19-09-2013
- Datum
19-09-2013
- Auteur
Dr. W. Geelhoed LL.M.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gepubliceerd in de Revue internationale de droit penal jaargang 1947, p. 1-67 en jaargang 1963, nr. 3 en 4.
Raad van Europa 2000; Recommendation Rec(2000)19 on the Role of Public Prosecution in the Criminal Justice System; Recommendation CM/Rec(2012)11 on the Role of Public Prosecutors Outside the Criminal Justice System.
Tak 1973b. Zie ook Tak 1973c, Tak 1972 en Tak 1973a.
Eckert 1914; Terfloth 1918; Hellmann 1926; Kamps 1930; Zirkel 1936; Schmatz 1966; Ahrens 1978; Malluche 1978; Kausch 1980; Paschmanns 1988; Pott 1996; Schirrmacher 1998; Döhring 1999; Erb 1999; Horstmann 2002; Maiazza 2003; Rose 2006; Deiters 2006; Gatgens 2007; Dettmar 2008.
Zoals in Zwitserland: Speckert 1951; Heyden 1961; Hediger 1974; Müller 1972; Sollberger 1989; Berkemeier 2008.
Goldstein & Marcus 1977; Weigend 1978; Langbein & Weinreb 1978; Jescheck & Leibinger 1979; HEUNI 1986; Tak 1986; Hall Williams 1988; Meister 1993; Perrodet 2001; Ashworth 2006; Vander Beken & Kilchling 2000; Tak 2004-2005; Buß 2010; Zwiers 2011; Luna & Wade 2012. Zie ook de bijdragen aan het bijzonder nummer van The American Journal of Comparative Law uit 1970: Vouin 1970; Grosman 1970; Jescheck 1970; Dando 1970; LaFave 1970.
Leigh & Hall Williams 1981; Unger & Hajda 1994; Brants & Field 1995; Fionda 1995; Van Daele 2002; Tak & Fiselier 2002; Van der Lee 2003; Jehle & Wade 2006 (en het vervolgonderzoek in European Journal on Criminal Policy and Research 2008, nr. 2/3); Marguery 2008.
Went 2012.
Dit onderzoek bevat geen rechtsvergelijkende component in die zin dat gestructureerd onderzoek gedaan is naar de omvang van strafvorderlijke beleidsvrijheid in andere landen. Een inventarisatie van het geldende recht en van de uitgangspunten in andere jurisdicties zou op zich interessant kunnen zijn, maar valt buiten de reikwijdte van de gekozen probleemstelling. Aanvullend onderzoek naar het legaliteitsbeginsel en het opportuniteitsbeginsel in andere lidstaten van de Europese Unie zal waarschijnlijk niet veel resultaat opleveren wanneer de vraag is welke invloed het recht van de Europese Unie op die beginselen heeft. Die invloed laat zich immers vooral gelden in landen waarin de beleidsvrijheid aanzienlijk is, en het lijkt erop dat Nederland zich in dat opzicht op eenzame hoogte bevindt. De verwachting is dat er in andere landen daarom hooguit een vergelijkbare beïnvloeding waar te nemen is. Vergelijking met andere stelsels kan wel van belang zijn als het gaat om het verkennen van oplossingsrichtingen. In dit onderzoek kan helaas slechts in zeer beperkte mate inspiratie worden geput uit buitenlandse stelsels. Voor een dergelijk perspectief, dat in het licht van de bevindingen uit dit onderzoek nuttige inzichten kan opleveren, is hier geen plaats, maar dat is in de gekozen benadering ook niet noodzakelijk.
Een opmerking met betrekking tot het recht van de andere lidstaten komt zoals gezegd slechts sporadisch voor in dit onderzoek; voor meer systematische beschouwingen zij verwezen naar andere literatuur. Onder meer op internationale conferenties is vergelijkend onderzoek naar de uitgangspunten van legaliteit en opportuniteit gepresenteerd, zoals bij de AIDP.1 Verder hebben organisaties zoals de Raad van Europa onderzoek verricht en aanbevelingen gedaan met betrekking tot dit onderwerp.2 Ook is vanuit Nederlands perspectief door Tak onderzoek gedaan naar het legaliteitsbeginsel in Duitsland.3 Met name in Duitsland is veel geschreven over het legaliteitsbeginsel en het opportuniteitsbeginsel, wellicht omdat door het bestaan van een wettelijke vervolgingsverplichting het onderwerp meer een juridische inhoud krijgt en zich daarom leent voor rechtswetenschappelijk onderzoek.4 Maar ook in andere jurisdicties is onderzoek gedaan naar het opportuniteitsbeginsel en het legaliteitsbeginsel.5 Daarnaast zijn de stelsels van opportuniteit en legaliteit, of in iets bredere zin de inrichting en het functioneren van het Openbaar Ministerie, het onderwerp geweest van meerdere rechtsvergelijkende wetenschappelijke studies,6 waarbij soms ook Nederland één van de onderzochte jurisdicties was.7 Het meest recente voorbeeld daarvan betreft het proefschrift van Went.8