Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/III.5.2.2.1
III.5.2.2.1 Tua v. Carriere
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS590704:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 8 maart 1880, 100 U.S. 371 (Ex parte Siebold), 376.
U.S. Supreme Court 1 maart 1886, 117 U.S. 201 (Tua v. Carriere).
Idem, p. 209
Idem, p. 210.
U.S. Supreme Court 5 december 1892, 146 U.S. 303 (Butler v. Goreley), 314: ‘The repeal of the bankreptcy [sic] act of the United States removed an obstacle to the operation of the insolvency laws of the state, and did not render necessary their re-enactment.’
Crawford 1951, p. 651. Vgl. Fallon 2007, p. 614-615.
U.S. District Court (Guam) 21 juni 1985, WestLaw 56590 (Santos v. Callaghan), 1. Zie ook U.S. Supreme Court 29 januari 1929, 270 U.S. 466 (Missouri Pac. R. Co. v. Boone), 469.
Zes jaar nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof in Ex parte Siebold had uitgesproken dat een onrechtmatig wettelijk voorschrift ‘is void, and is as no law’,1 moest het in Tua v. Carriere de vraag beantwoorden of een onrechtmatig wettelijk voorschrift kan herleven als de oorzaak van zijn onrechtmatigheid is weggenomen.2 Het geschil tussen partijen was het gevolg van de afwikkeling van de ontbinding van een rechtspersoon in 1884. De rechtspersoon, vertegenwoordigd door Carriere, had een schuld aan Tua. Volgens de insolventiewet van de staat Louisiana zou de rechtspersoon door die ontbinding niet meer verplicht zijn, zijn schuld aan Tua te voldoen. Tua beriep zich daarom bij de federale rechter op de ongeldigheid van die (hem benadelende) Louisiaanse insolventiewet. Die ongeldigheid werd volgens hem niet veroorzaakt doordat de wet onverenigbaar was met een hogere norm die ten tijde van het ontstaan van het geschil gold, maar doordat de wet onverenigbaar is geweest met een norm die ten tijde van het ontstaan van het geschil al lang was ingetrokken.
De gewraakte (statelijke) insolventiewet was uitgevaardigd in 1817. Vijftig jaar daarna, in 1867, trad de federale General Bankrupt Act in werking. Vaststaat dat beide wettelijke voorschriften met elkaar in strijd waren, zodat de insolventiewet van Louisiana sinds 1867 geen toepassing meer kon vinden. In 1878 echter – zes jaren vóór het ontstaan van het geschil tussen Tua en Carriere – werd de federale General Bankrupt Act ingetrokken. Tua stelde zich nu op het standpunt, dat de uitvaardiging van de federale wet, waarmee de statelijk insolventiewet onverenigbaar was, de nietigheid van die laatste wet tot gevolg had. De intrekking van de federale wet kon dat gebrek niet helen, zo meende hij. De onrechtmatigheid had het voorschrift voor altijd uit de rechtsorde verwijderd.
Het Hof verwerpt die redenering. Het concludeert, dat de Louisiaanse wet door de intrekking van de federale wet (opnieuw) verbindend is geworden. Het Hof citeert met instemming een eerdere uitspraak van een Louisiaanse rechter die had overwogen:
‘The operation and effect of those [state] laws were suspended until September 1, 1878, when the general bankrupt act was repealed. This repeal vivified the state laws, in the mean time dormant.’3
In een obiter dictum stelt het Hof vervolgens, dat zijn oordeel niet anders had geluid als de Louisiaanse wet was vastgesteld nádat de federale wet in werking was getreden:
‘If those laws had then been enacted for the first time, they would, so far as inconsis-tent with the bankrupt act, have been inoperative while that act remained in force, but upon its repeal would have come into operation. The enactment of the insolvent law during the life of the bankrupt act would have been merely tantamount to a provision that the former should take effect on the repeal of the latter.’4
Volgens het Hof zijn onrechtmatige wettelijke voorschriften – ongeacht of zij reeds bij hun vaststelling onrechtmatig waren of dat pas nadien zijn geworden – slechts niet toepasselijk en kunnen zij herleven wanneer de oorzaak van hun onrechtmatigheid wordt weggenomen. Daarvoor is dus niet vereist, dat de Staat de wet opnieuw vaststelt.5 De beeldspraak die het Hof in Tua v. Carriere overneemt van de Louisiaanse rechter, illustreert treffend zijn opvatting over de status van een onrechtmatig wettelijk voorschrift: een onrechtmatig voorschrift is slechts ‘dormant’ en dus niet, zoals Amerikaanse auteur Crawford daaraan toevoegt, ‘dead’.6
Hoewel Tua een oud arrest is – het is gewezen in 1886 – geldt het als precedent nog steeds. Zo besliste het District Court van Guam in 1985 met verwijzing naar Tua:
‘The case law is clear in this area that once a conflicting federal statute is repealed, the state statute, which had previously been in conflict with such federal statute, is automatically re-enacted and effective without an express re-enactment by the state legislature.’7