De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.1.3:8.3.1.3 De invloed van de kennisparadox
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.1.3
8.3.1.3 De invloed van de kennisparadox
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702026:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijvoorbeeld: ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582, AB 2016/399 (Overzichtsuitspraak planschade) r.o. 8.11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een laatste reden waarom de bestuursrechter nog niet tot de conclusie is gekomen dat de ingeschakelde adviseur onvoldoende deskundig was, houdt verband met de kennisparadox. Onderdelen van de advisering die raken aan de specifieke materiedeskundigheid van de adviseur kunnen door de rechter slechts terughoudend worden getoetst. De rechter bezit daar immers de kennis niet voor. In het nadeelcompensatierecht komt zulks tot uitdrukking in de standaardoverweging dat:
“De bestuursrechter kan een taxatie slechts terughoudend toetsen. Daarbij is van belang dat de waardering van onroerende zaken niet slechts door het toepassen van een taxatiemethode plaatsvindt, maar daarbij ook de kennis, ervaring en intuïtie van de desbetreffende deskundige een rol spelen. De maatstaf bij de te verrichten toetsing is niet de eigen waardering door de rechter van de nadelen van de planologische wijziging, maar de vraag of grond bestaat voor het oordeel dat het bestuursorgaan, gelet op de motivering van het advies van de door het bestuursorgaan ingeschakelde deskundige, zich bij de besluitvorming niet in redelijkheid op dat deskundigenoordeel heeft kunnen baseren.”1
Ook komt in deze standaardoverweging weer duidelijk naar voren dat het niet aan de bestuursrechter is om uit eigen beweging het deskundigenadvies te beoordelen. Het is aan appellant om concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het advies naar voren te brengen.