Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.9:7.9 De parlementaire behandeling van de eerste herziening van het Stabiliteits- en Groeipact
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.9
7.9 De parlementaire behandeling van de eerste herziening van het Stabiliteits- en Groeipact
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457692:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4192 e.v.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4196.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4194.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4198.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4198-4199.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4201.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4203.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4207.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4208.
Handelingen II 2004/05, 65, p. 4208.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Evenals bij het oorspronkelijke Stabiliteits- en Groeipact hoefde het parlement ook met de herziening ervan niet expliciet in te stemmen, omdat het gaat om twee verordeningen die rechtstreeks van toepassing zijn. Wel heeft de Tweede Kamer een debat gewijd aan de veranderingen binnen het pact.1
Centraal hierin stond de versoepeling van het Stabiliteits- en Groeipact, waar vrijwel alle partijen aandacht aan besteedden. Tegelijkertijd hamerde de regering, gesteund door de coalitiepartijen, op de noodzaak om het pact te hervormen na de niet-naleving ervan in de praktijk. Zoals CDA-Kamerlid Van Dijk het namens een van de coalitiepartijen verwoordde: ‘Wij hebben liever een pact dat misschien iets soepeler lijkt, maar wel te handhaven is dan een streng pact dat uiteindelijk niet handhaafbaar is.’2
Voor de oppositie was dit oordeel maar moeilijk te plaatsen. PvdA-Kamerlid Timmermans stelde dan ook:
‘Het kabinet heeft zich jarenlang met hand en tand verzet tegen iedere vorm van flexibilisering en flexibele interpretatie van de regels van het pact. En nu is het, als een blad aan de boom, van positie veranderd. Nu wordt gezegd dat het eigenlijk wel goed is om het veel flexibeler te doen. Hoe is dat in ‘s hemelsnaam te rijmen met de jarenlang geharnaste posities? Er viel nooit over te praten; dat was een doodzonde. Welke dienst wordt de Nederlandse burger ermee bewezen om eerst jarenlang vol te houden dat hel en verdoemenis zouden uitbreken als wij ook maar een millimeter van het pact zouden afwijken en vervolgens ineens op een achternamiddag te verkondigen dat het eigenlijk wel goed is dat het heel flexibel wordt geïnterpreteerd? Dat is toch aan geen mens meer uit te leggen?’3
SP-Kamerlid Van Bommel vervolgde:
‘In het verleden heb ik meermaals betoogd dat het stabiliteitspact dood is. Als een afspraak niet leeft onder de grootste spelers, komt er niets van terecht. Als het pact al leeft, wordt het kunstmatig in leven gehouden, maar ik vrees dat het pact werkelijk dood is, maar dat de regering ons wijs maakt dat het nog leeft.’4
Ook SGP-Kamerlid Van der Staaij maakte na de verschillende reacties op het pact de balans op:
‘Zelden is de uitkomst van een Europese Top zo verschillend geïnterpreteerd als deze keer. De regering schrijft: “De relevantie en geloofwaardigheid van het Stabiliteits- en Groeipact zijn versterkt door de nu gemaakte afspraken”. President Chirac van Frankrijk zegt dat “een oplossing is gevonden voor een te knellend Stabiliteits- en Groeipact”. De Europese Centrale Bank zou het akkoord “een bedreiging voor het vertrouwen in de publieke financiën” hebben genoemd. In de Nederlandse pers is gesproken over een Stabiliteitspact dat “ten grave is gedragen”. Een gerenommeerde Duitse krant beschreef de versoepeling als “een licentie voor schulden maken”. Welke interpretatie is de juiste? Het is voor de SGP-fractie zonneklaar dat het pact versoepeld is. […] Ik heb bijlage II bij de Raadsconclusies over het Stabiliteits- en Groeipact nog eens goed doorgelezen. Wat mij daarbij opviel, was de vaagheid van allerlei afspraken. Begrippen zoals “latent aanwezige verplichtingen”, “goede tijden”, “grote hervormingen met rechtstreekse kostenbesparende effecten op de langere termijn” bieden heel veel politieke interpretatieruimte. Ze maken een transparante handhaving van de 3%- en 60%-normen bijzonder moeilijk, terwijl die nu al een groot probleem is. Verschillende uitgaven tellen vanaf nu niet meer mee bij de berekening van tekorten en schulden. De periode om excessieve tekorten weg te werken, is verlengd. Ik kan hier eerlijk gezegd met de beste wil van de wereld geen versterking van de relevantie en geloofwaardigheid van het pact in zien.’5
En ook CU-Kamerlid Rouvoet oordeelde hard over de opstelling van de regering:
‘[…] [H]et disciplinerende effect van het pact is natuurlijk wel enigszins ondergraven. […] Het is opvallend dat Nederland het uiteindelijke pakket met overtuiging heeft onderschreven, terwijl onze minister van Financiën in de afgelopen jaren als geen ander heeft gehamerd op onverkorte handhaving van het pact.’6
De regering bleek echter standvastig. Zo stelde minister-president Balkenende (CDA):
‘Ik vind niet dat je hiermee kan zeggen, zoals sommigen wel doen, dat de zaak hiermee is opgeblazen. Het is een relativering, een flexibilisering wanneer een tekort dreigt, terwijl op andere punten ook versterkingen zijn aan te dragen. Ik ben dan ook wat verbaasd over sommige beelden in de pers […] alsof nu plotseling het gehele pact zou zijn opgeblazen. Dat laatste is natuurlijk onzin.’7
Minister van Financiën Zalm kwam op zijn beurt iets meer tegemoet aan de bezwaren vanuit de oppositie en hield met name een slag om de arm voor wat betreft de uitvoering van het nieuwe pact. Zo stelde hij in reactie op de vraag of hij ervan overtuigd was dat alle partijen het nieuwe pact naar letter en geest zullen naleven: ‘Wij zullen natuurlijk altijd moeten zien wat er in werkelijkheid gebeurt.’8 De oppositie riep daarop in herinnering dat ook bij de vaststelling van het oorspronkelijke Stabiliteits- en Groeipact ‘plechtig is verklaard dat men strikt en tijdig de bepalingen van het pact zou naleven’ en vroeg zich daarom af ‘wat de waarde is van plechtige verklaringen die nu, weer, worden afgelegd’.9 Zalm antwoordde daarop: ‘In de praktijk zal moeten blijken dat wij de afspraken gewoon toepassen. Ik hoop en verwacht dat dit ook zo zal zijn.’10 Ook de regering bleek daarmee niet geheel overtuigd van het standpunt dat de herziening van het Stabiliteits- en Groeipact in de praktijk succesvol zou uitpakken.