Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.11:7.11 Conclusie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.11
7.11 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450509:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In dit kader is van belang dat bij het hiervoor besproken Verdrag van Lissabon ook overeenstemming werd bereikt over het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, waarmee de rol van nationale parlementen bij de totstandkoming van Europese regelgeving werd versterkt. Zie ook: Jančić 2017a, p. 7-8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Staten-Generaal hadden een beperkte rol bij de inrichting en herziening van het Stabiliteits- en Groeipact. Omdat dit pact bestaat uit twee verordeningen en een resolutie, was uitdrukkelijke instemming van het parlement niet vereist. Wel was de regering op grond van een amendement bij de goedkeuringswet bij het Verdrag van Maastricht afhankelijk van de Staten-Generaal voor haar oordeel over de vraag welke landen konden starten met een gemeenschappelijke munt. Dit oordeel was echter gebonden aan de in het verdrag vastgelegde convergentiecriteria. Vanwege de goedkeuring van het Verdrag van Maastricht stond de wenselijkheid van een Europese valuta überhaupt niet meer ter discussie. Ook bij de start van de derde fase van de EMU was de positie van het parlement dus beperkt.
Rondom het Stabiliteits- en Groeipact speelt daarom meer de vraag hoe nationale parlementen betrokken zijn bij Europese regelgeving (zoals verordeningen) dan wat de rol is van de EU bij nationale budgettaire maatregelen.1 De discussies die in het parlement gevoerd zijn naar aanleiding van het Stabiliteits- en Groeipact zijn dan ook nauwelijks toegespitst op het budgetrecht, en geven daardoor mijns inziens geen richting aan de formele of materiële interpretatie van dit recht. Wel was er vanuit het parlement, gelet op de hierboven geschetste discussies over soevereiniteit, veel aandacht voor de consequenties van het Stabiliteits- en Groeipact voor de eigen financiële bewegingsruimte. Men realiseerde zich dat door de gemeenschappelijke munt ook het economisch beleid van de verschillende lidstaten steeds meer geïntegreerd zou worden, waardoor er minder ruimte zou zijn om te kiezen voor een bepaald begrotingsbeleid. Dit punt komt in het volgende hoofdstuk, dat ingaat op het uitbreken van de eurocrisis en de Europese maatregelen die daarop volgden, uitgebreid terug.