Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/5.4
5.4 Een gedifferentieerde benadering?
mr. T.F. Walree, mr. P.T.J. Wolters, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree, mr. P.T.J. Wolters
- JCDI
JCDI:ADS267417:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
DE Landgericht Bochum 7 augustus 2018, ECLI:DE:LGBO:2018:0807.I12O85.18.00; DE Landgericht Wiesbaden 5 november 2018, ECLI:DE:LGWIESB:2018:1105.5O214.18.00; DE Landgericht Magdeburg 18 januari 2019, ECLI:DE:LGMAGDE:2019:0118.36O48.18.00; DE Landgericht Stuttgart 20 mei 2019, 35 O 68/18 KfH. Zie in deze zin ook Köhler 2019, UWG § 3a, Rn. 1.40e en 1.74b. De handhaving door anderen dan de betrokkenen zou daarom beperkt zijn tot de in art. 80 AVG genoemde mogelijkheden. Dit is echter onjuist. Zie in de eerste plaats overweging 146 AVG; paragraaf 3.3.3. Art. 80 AVG ziet bovendien slechts op de uitoefening van de rechten van de betrokkene door een derde. Het stelt niets over de eventuele rechten van de derde. Zie ook Henrich 2018, p. 518; Solmecke 2019. De in de artt. 77, 78 en 79 AVG opgenomen rechten bestaan ten slotte ‘onverminderd andere mogelijkheden’ van administratief beroep, een voorziening in rechte (art. 77) of buitengerechtelijk beroep (78 en 79). Het Landgericht Magdeburg stelt dat dit alleen de andere rechten van de betrokkene onverlet laat. Deze discussie heeft overigens geen gevolgen voor de onderzoeksvraag van deze bijdrage. Wij onderzoeken immers juist of concurrenten (ook) een beroep op art. 82 lid 1 AVG kunnen doen.
DE Oberlandesgericht Hamburg 25 oktober 2018, 3 U 66/17. Zie ook paragraaf 2.1.
DE Oberlandesgericht München 7 februari 2019, 37 O 6840/17.
DE Landgericht Würzburg 13 september 2018, 11 O 1741/18 UWG. Zie ook paragraaf 2.2.
Vergelijk Henrich 2018, p. 515.
Schade moet reëel en daadwerkelijk geleden zijn, zie bijvoorbeeld HvJ EG 21 februari 2008, C-348/06 P, ECLI:EU:C:2008:107 (Commissie/Girardot), punt 54; HvJ EU 4 april 2017, C-337/15 P, ECLI:EU:C:2017:256 (Europese Ombudsman/Staelen), punt 91. Hypothetische, onbepaalde of onnauwkeurige schade wordt dus niet vergoed. Zie bijvoorbeeld HvJ EG 29 januari 1985, 147/83, ECLI:EU:C:1985:26 (Münchener Import/Commissie), punt 20; GvEA EG 11 juli 1997, T-267/94, ECLI:EU:T:1997:113 (Oleifici Italiani/Commissie), punt 73; GvEA EG 29 oktober 1998, T-13/96, ECLI:EU:T:1998:254 (TEAM/Commissie), punt 76. Zie ook uitgebreid over schade Vaquer 2008, p. 27-28; Van Dam 2013, p. 359-360. Zie ook hierboven bij de bespreking van DE Oberlandesgericht Hamburg 25 oktober 2018, 3 U 66/17.
Zie bijvoorbeeld HvJ EG 18 september 1995, T-168/94, ECLI:EU:T:1995:170 (Blackspur), punt 52; HvJ EG 5 maart 1996, gevoegde zaken C-46/93 en C-48/93, ECLI:EU:C:1996:79, (Brasserie du Pêcheur en Factortame), punt 51; Durant 2008, p. 63-71; Van Dam 2013, p. 311. Vergelijk naar Nederlands recht art. 6:98 BW.
Een beroep op art. 82 lid 1 AVG staat niet op zichzelf. Voorwaarde daarvoor is dat de verwerkingsverantwoordelijke een andere bepaling van de AVG schendt. Tot nu toe hebben wij geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende in de verordening opgenomen regels. Als concurrenten een beroep mogen doen op art. 82 lid 1 AVG, zou iedere schending tot een recht op schadevergoeding kunnen leiden. Naast deze ‘alles-of-niets-benadering’ is het echter ook mogelijk om een ‘gedifferentieerde’ benadering te hanteren. In deze benadering is het bestaan van het recht op schadevergoeding niet zozeer afhankelijk van de interpretatie van art. 82 lid 1 AVG, maar van de kenmerken van de geschonden bepaling.
Deze benadering wordt gehanteerd door de Duitse Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb (‘UWG’). Een concurrent kan op grond van art. 3a UWG in actie komen tegen een schending van een regel die bestemd is om marktgedrag (Marktverhalten) te reguleren. In verschillende Duitse zaken eist een concurrent dat een verwerkingsverantwoordelijke een bepaalde schending van de AVG staakt. Verschillende rechters wijzen deze vordering echter af omdat de artt. 77- 84 AVG de handhaving volgens hen uitputtend regelen.1
Het Oberlandesgericht Hamburg wijst deze interpretatie van de AVG af. Dit betekent echter niet dat iedere schending tot handhaving door de concurrent kan leiden. Dit kan alleen als de geschonden bepaling een ‘marktverhaltensregelnden Charakter’ heeft.
In het onderhavige geval stelde de concurrent een verbodsactie in omdat de verwerkingsverantwoordelijke (een farmaceut) niet op rechtmatige wijze toestemming heeft gekregen voor het verwerken van gegevens over gezondheid. De verwerkingsverantwoordelijke gebruikte deze gevoelige gegevens echter alleen voor doeleinden met betrekking tot gezondheidszorg. De bijzondere bepalingen met betrekking tot het gebruik van gegevens over gezondheid voor deze doeleinden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid en privacy van de patiënt. Zij hebben geen marktverhaltensregelnden Charakter. De concurrent kan daarom geen beroep doen op een schending van deze regels. De mogelijkheid dat de concurrent klanten is misgelopen door deze overtreding brengt hier geen verandering in. Dit zou echter anders zijn als de zonder toestemming verkregen persoonsgegevens in strijd met het Duitse gegevensbeschermingsrecht zouden worden gebruikt voor advertentiedoeleinden. Deze norm heeft wel een marktverhaltensregelnden Charakter.2
Bij andere schendingen van de AVG hebben Duitse rechters wel ruimte geboden aan handhaving door concurrenten. Het Oberlandesgericht München heeft bijvoorbeeld geoordeeld dat een concurrent ook kan optreden tegen een schending van het verbod op telefonische verkoop zonder voorafgaande toestemming.3 Het Landgericht Würzburg heeft daarnaast geaccepteerd dat een concurrent een verbod op het gebruik van de website van de verwerkingsverantwoordelijke kan eisen als hiermee onversleuteld en zonder adequate informatievoorziening persoonsgegevens worden verzameld.4
De gedifferentieerde benadering betekent dat in het concrete geval moet worden onderzocht in hoeverre de geschonden bepaling bescherming beoogt te bieden tegen oneerlijke concurrentie of een marktverhaltensregelnden Charakter heeft. Zij biedt een middenweg. Additionele handhaving door concurrenten draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen van de AVG (paragraaf 3.3.2 en 3.3.3). Tegelijkertijd zorgt de gedifferentieerde benadering ervoor dat concurrenten niet kunnen optreden tegen schendingen die hun niet of slechts op zeer indirecte manier aangaan. Bedrijven zijn hierdoor niet in staat om het gegevensbeschermingsrecht te ‘misbruiken’ om de bedrijfsvoering van hun concurrenten te verstoren.5
Toch verdient de gedifferentieerde benadering niet de voorkeur. Zij vereist een onderscheid tussen bepalingen met en zonder een marktverhaltensregelnden Charakter dat op grond van de AVG eigenlijk niet valt te rechtvaardigen. Alle verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke zijn immers in de eerste plaats gericht op de bescherming van de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen (paragraaf 3.3.1). Tegelijkertijd is de AVG echter ‘in haar geheel’ bedoeld ter bevordering van het vrije verkeer van persoonsgegevens en de harmonisatie en versterking van het gegevensbeschermingsrecht en zijn handhaving (paragraaf 3.3.2 en 3.3.3).
Zij bevat geen bepalingen die uitsluitend strekken ter bescherming van de betrokkene. Een helder onderscheid tussen bepalingen die mede bedoeld zijn om de concurrentie te bevorderen en verplichtingen die dit doel niet hebben, is daarom niet te maken. De Duitse ‘gedifferentieerde’ benadering verdient om deze reden niet de voorkeur.
Dit onderscheid is in het kader van art. 82 lid 1 AVG bovendien ook niet nodig om misbruik van het gegevensbeschermingsrecht door concurrenten te voorkomen. Het recht op schadevergoeding ontstaat alleen als de benadeelde schade lijdt. Een concurrent kan dit recht daarom niet inroepen bij schendingen van de AVG die geen gevolgen voor hem hebben.6 Bovendien komt louter theoretische7 of zeer indirecte schade8 in het Europese recht niet voor vergoeding in aanmerking. Ook de beoordeling van de vraag of een schadepost voldoende ‘zeker’ en ‘direct’ is, leidt tot een zekere differentiatie. Deze differentiatie is echter niet afhankelijk van een niet te maken onderscheid tussen de verschillende bepalingen van de AVG, maar van de omstandigheden en geleden schade in het concrete geval.